Met de trein richting Beijing

De laatste nacht zijn we eigenlijk in de mooiste omgeving. Een joert, hoog in de bergen met prachtige natuur, besneeuwde bergtoppen en mooie wandelmogelijkheden.
Het weer is prachtig, wel koud ’s avonds maar verder niet te koud. Ik maak een mooie wandeling en zie de kuddes paarden, koeien en yaks heerlijk grazen op de mooie groene hellingen. Het mooist zijn echter de grote marmotten, die hier de hellingen bevolken. Overal zie je grote gaten in de grond en als je niet te veel lawaai maakt, zie je ze overal rondrennen, of hun kop uit hun hol steken.

DSC07101

DSC07068

Om in China terecht te komen, moeten we de bergen over. Via een paar passen met de hoogste op ca. 3.700 mtr komen we bij de Chinese grens. En ja hoor, ook hier weer: lunchpauze. We treffen het niet en moeten weer de tijd zien te doden. En als er dan eindelijk weer beambten zijn om de grenscontroles uit te voeren, treffen we het niet. Ze vallen over de reisgids die een van de medereizigers bij zich heeft. Hierin staat informatie over Taiwan, die de heren als onjuist typeren. Het boek dreigt even te worden ingenomen, maar uiteindelijk is men tevreden wanneer de betreffende pagina’s uit het boek worden gescheurd en afgegeven. En om het nog maar eens te benadrukken dat de controle serieus wordt genomen, moeten we allemaal onze paspoorten opnieuw inleveren, ook al waren deze al gecontroleerd. Het duurt 15-20 minuten, voordat we ze weer terugkrijgen. En iedereen mag gewoon mee, gelukkig. We komen aan de andere kant van de bergen en het verschil met de mooie natuur in Kirgizië is groot. Het is hier kaal, droog, dor en vooral: het is hier weer warm. Ik heb inmiddels de 42-43⁰C al weer gehad! Lag in Kirgizië de nadruk op de natuur, in China komen we weer terug bij de Zijderoute. De eerste stad waar we een aantal nachten blijven is Kashgar. Voor de karavanen van de Zijderoute een belangrijke plaats omdat de mensen en dieren hier konden bijkomen van de route langs de Taklamakan-woestijn. En ze konden zich hier voorbereiden op de zware tocht over de bergen richting westen naar Samarkand/Buchara of richting zuiden naar Kashmir. Kashgar zal mij echter vooral bij blijven door een aardbeving. Deze vindt ’s avonds plaats, weliswaar op grote afstand van waar wij zijn, maar ik kan je verzekeren dat het niet prettig voelt, wanneer je bed staat te schudden en de was in je badkamer heen en weer zwaait. De hotelgasten gaan allemaal naar buiten en wachten geschrokken af wat er verder gaat gebeuren. De lokale bevolking lijkt minder onder de indruk, maar die maken dit geregeld mee. Na een biertje om van de schrik te bekomen, gaan we toch maar weer naar binnen. Gelukkig is er verder niets gebeurd en heb ik ook geen nachtmerrie gehad. China is natuurlijk een enorm land en we moeten van Kashgar naar Beijing ca. 5.500 km overbruggen. Daarom reizen we vanaf nu vooral met de trein. Over het eerste traject naar Turpan doen we zo’n 15 uur, inclusief slapen. Voor het grootste gedeelte rijden we in het donker, dus heel veel kunnen we niet zien van de omgeving.

Wat we er wel van zien is: zand, zand en nog eens zand. En bergen, die ons voortdurend begeleiden. Ook wij rijden nu langs de noordelijke rand van de Taklamakan-woestijn en kunnen ons niet voorstellen hoe de karavanen vroeger onder deze barre omstandigheden heen en weer reisden. En we kunnen ons ook niet voorstellen hoe hier mensen kunnen wonen en in hun levensonderhoud voorzien. Maar, Turpan is het centrum voor de druiventeelt! De temperatuur is hier helemaal goed, ze telen druiven om ze vervolgens te drogen en als rozijnen te verkopen. En het water halen ze uit de bergen via ondergrondse kanalen (“karez” genaamd). We hebben een dergelijk systeem ook al in Iran gezien; de kennis hierover is vanuit het vroegere Perzië o.a. ook in China terecht gekomen. En een weetje: Turpan ligt in een gebied, dat de Turpan Depression wordt genoemd. Het diepste punt is 155 mtr onder de zeespiegel. Dat is wel wat meer dan wat er in Nederland wordt gemeten. Al is op deze plek in China de zee en ander water verder te zoeken, dus is er weinig overstromingsrisico. Als we op het station staan voor het vervolg van onze reis, staat een aantal Chinese vrouwen druk te praten en naar mij te wijzen. Ik kijk vragend naar ze en ze stormen op me af. Een van de vrouwen pakt mijn arm vast en begint op mijn sproeten te wijzen. We zitten in een gedeelte van China waar niet heel veel westerse toeristen komen en sproeten is een nieuw fenomeen voor ze klaarblijkelijk. Op dit moment zitten we in Dunhuang. Ook deze oasestad was weer een belangrijke stopplaats voor de karavanen. Nu, omdat ze hier de laatste goede mogelijkheid hadden om water in te nemen voor de lastige reis langs de Taklamakan-woestijn. Nu is Dunhuang een uitvalsbasis voor een bezoek aan enorme zandduinen (300 meter hoog) en vooral de Mogao-grotten. De grotten zijn ca. 100 jaar geleden ontdekt onder het woestijnzand, maar de oudste dateren van de 3e eeuw. Een boeddhistische monnik is begonnen met 1 grot en later zijn er zo’n 700 bijgekomen.

In eerste instantie voor de monnik bedoeld om te mediteren, later werd het ook door belangrijke en rijke families gemaakt als offergave om geluk en voorspoed te krijgen. Helaas is het grootste deel van de destijds in de grotten aanwezige manuscripten, beelden en zelfs muren met fresco’s verdwenen naar musea en andere oorden. Maar er is gelukkig nog genoeg over om een goed beeld te krijgen van het werk dat in deze grotten is gestoken. Dunhuang is de eerste écht Chinese stad voor ons. Tot nu toe waren we wel in China, maar de bevolking was nog voornamelijk Oeigoers, een van oorsprong Turkse bevolkingsgroep. Dat betekent dat we de islam nu zo goed als vaarwel zeggen. Dat is een vreemd idee, aangezien we vanaf het begin in Turkije in meer of mindere mate in de islamitische cultuur rondreisden. En de eetcultuur verandert ook: Chinees eten. Ik moet zeggen: daar was ik wel aan toe na alle kebabs, het vette eten, schapenvlees e.d. Ik doe me dan ook tegoed aan heerlijke Chinese maaltijden.

2 gedachten over “Met de trein richting Beijing

Voeg uw reactie toe

    1. Deze marmotten worden niet gegeten. Ze hebben wel wat weg van de cavia’s in Zuid-Amerika, die wel gegeten worden.
      Dit zijn alleen maar leuke dieren die op de berg rondrennen.

      Like

Geef een reactie op angelavdberg Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑