Na ruim 18.500 km te hebben rondgetoerd door Australië, onderbroken door het “uitstapje” naar Frans Polynesië en Pitcairn, werd het tijd om een andere droom te gaan waarmaken. Ik hou van hagedissen in allerlei vormen en na de leguanen die ik ooit op de Galápagos eilanden mocht bewonderen, stond er nog één specifieke soort op mijn verlanglijstje: de Komodo varaan. Meer dan 30 jaar geleden zag ik een exemplaar in de dierentuin in Blijdorp en dat beeld is me altijd bij gebleven. Dat immens grote reptiel in dat hele kleine hok. De varaan leeft in Indonesië op een paar eilanden, die onderdeel uitmaken van de Kleine Soenda-eilanden en met name Komodo-eiland is de plek waar je ze kunt bewonderen. Dus onderneem ik weer een reis met veel overstappen om op Flores te komen. Het daarop gelegen havenplaatsje Labuan Bajo is de uitvalsbasis voor de bootjes die naar Komodo-eiland varen. In de afgelopen maanden was er, behalve bij het bezoek aan Pitcairn, van Corona-maatregelen weinig meer te merken, maar in het vliegtuig naar Bali (tussenlanding) en Labuan Bajo moet je weer een mondkapje op. En bij aankomst op het vliegveld op Bali, moeten we eerst door een “health check” voordat we naar de douane en bagage kunnen. Het voelt echt weer als een stapje terug. Verder valt het gelukkig wel mee en kun je op de meeste plekken zonder mondkapje rondlopen. Ik doe de eerste dag helemaal niets want het verschil in temperatuur is behoorlijk groot. En niet alleen is het heel warm, de luchtvochtigheid is ook behoorlijk, dus ik moet echt even wennen (al zal ik er nooit echt aan wennen vrees ik). Maar daarna kan ik de hele dag op stap en naast varen langs de mooiste eilandjes en stranden én snorkelen in helder water met hier en daar nog heel mooi koraal en veel vissen, wandelen we over het Komodo-eiland. En we hoeven niet heel lang te zoeken, want de dieren hebben klaarblijkelijk ook last van de warmte dus ze liggen her en der lui tussen de bomen. Je kunt er best dichtbij komen, al zijn de rangers die met ons meelopen op hun hoede. Ze hebben ook stokken bij zich waarmee ze eventueel de varanen kunnen tegenhouden/wegjagen. Want helemaal zonder gevaar zijn deze dieren niet. Ze kunnen tot 3 meter lang worden, eten graag vlees en eten soms herten of waterbuffels die ook op het eiland leven. En hoewel het uitzondering is, worden soms zelfs mensen gedood. De dood treedt in door een beet van de varaan. In het slijm zitten nl. dodelijke bacteriën en die zorgen ervoor dat de gebeten prooi langzaam sterft. Alleen als je er snel bij bent kan het met juiste behandeling goed af lopen. Een heel bijzonder dier dat al miljoenen jaren op de aarde rondloopt en ik ben heel blij dat ik het dier in zijn natuurlijke omgeving heb kunnen bewonderen.
Labuan Bajo













Plaats een reactie