Pitcairn Island vormt samen met de vulkaaneilanden Henderson, Ducie and Oeno het Britse zelfstandige territorium Pitcairn Islands in de Pacific. De eilanden liggen ongeveer halverwege Paaseiland en Tahiti. Het piepkleine eiland Pitcairn, oppervlakte ongeveer 5km2, is het enige eiland dat bewoond is. De ongeveer 45 inwoners wonen voornamelijk in Adamstown, het enige dorpje. Maar ook de hoge kliffen zijn geliefd als woonplaats. De hoogste top is 347 meter en wanneer je rondrijdt op het eiland zijn er altijd hellingen waar je op of af moet. Wandelen is daarmee een uitdaging en de quad is zeker een uitkomst. Er is maar 1 piepklein strandje en dat kan alleen bereikt worden via een lastig pad met wat uitgehakte traptreden (“Down Rope”) een steile helling af. Behalve dit strandje is het hele eiland volledig omgeven door rotsen en steile kliffen. De kust bereik je hier en daar door over rotsen te klimmen of via een steil paadje af te dalen. Het ongetwijfeld mooiste punt is St. Paul’s pool, een natuurlijk zwembad, dat voortdurend wordt gevoed door de zee maar helaas wanneer wij er zijn te gevaarlijk is om ook echt in te zwemmen. De natuur is groen, groen en nog eens groen. Waar je ook maar kijkt zie je de mooiste bomen en bloemen. Het is duidelijk een zeer vruchtbaar gebied en er is dan ook volop fruit om te oogsten. Er worden ook andere gewassen geteeld op de wat minder steile hellingen rondom Adamstown. We zien niet heel veel landdieren, het dierenleven speelt zich vooral af in de lucht en het water. Walvissen trekken hier voorbij, daar zien we er heel wat van, maar ook diverse vogelsoorten en natuurlijk veel vissen in het heldere water. En er is Mrs. T! Zo’n 70 jaar geleden bracht een schipper van een passerende boot 5 schildpadden mee van de Galápagos-eilanden. Mrs. T is de enige die nu nog leeft. En die we gelukkig ook hebben gezien. Ze is gek op de kleine banaantjes die hier overal groeien en het is erg leuk om te zien, dat ze op je af komt als je met de bananen aan komt lopen. Door het ontbreken van grootschalige industrie zou je bijna denken dat hier weinig business is. Maar de schijn bedriegt. Want natuurlijk is het allemaal kleinschalig, maar ook op kleine schaal moet alles functioneren. Dus er is een winkel, een postkantoor, een museum, de internetwinkel voor de souvenirs, de politie, een gevangenis, een kerk, een school (nog wel) en bijna iedereen is wel bezig met een vorm van inkomsten genereren. Want hoewel door de overheid (Verenigd Koninkrijk) subsidies worden verstrekt, moet er extra worden bijverdiend. Dit gebeurt dan vooral in de toeristensector: veel inwoners maken zelf souvenirs (schilderijen, houten voorwerpen, beelden etc.), houden bijen voor de verkoop van honing, of bieden accommodatie aan (zoals Brenda en Mike). Al met al een economie op microniveau en dat op een prachtig eiland waarvan ik hoop dat het de bewoners nog heel lang heel goed zal gaan.
Pitcairn Islands – het eiland












Plaats een reactie