Papeete op het eiland Tahiti is de belangrijkste stad van Frans Polynesië maar niet heel interessant. Daarom gaan we maar met een huurauto het eiland rond. Na de “verplichte” koffiestop beginnen we aan onze toeristische route. Hoewel route een groot woord is want net zoals op Moorea is hier eigenlijk maar 1 echte weg: de weg langs de kust, het hele eiland rond. Onze lunch, stokbrood met brie, eten we bij de Plage de la pointe Venus, een zwart lavastrand. Een mooi plekje om even te eten en rond te lopen. Er staan monumenten voor de eerste missionarissen die hier geland zijn. Ook voor Captain Cook en de muiters van de Bounty met de mannen en vrouwen die ze meegenomen hebben naar Pitcairn. Een stukje verderop is een vallei waar 3 watervallen in uitkomen. We bezoeken er 2 van. De eerste is adembenemend hoog en mooi, ook al is het maar een smalle stroom. Maar de plek is prachtig en alleen deze is zeker al de moeite van het bezoeken waard. We lopen echter ook nog naar een 2e en moeten daarbij lekker klauteren op trappen en over een brug. En dat alles in mooi tropisch bos maar ook tropisch warm. Als we terug zijn is de fles water daarom zeer welkom. Het Paul Gauguin museum is permanent gesloten. Dat hadden we eigenlijk wel graag willen bezoeken, hoewel we inmiddels wel weten dat Gauguin en ook Jacques Brel eigenlijk helemaal niet op Tahiti woonden zoals vaak wordt gezegd. Ze leefden op een ander eilandje Hiva Oa, toch nog zo’n 4 uur vliegen van Tahiti. In een leuk restaurant aan de haven sluiten we ons verblijf op Tahiti voor nu af met een, hoe Frans, lekkere kaasplank met stokbrood en wijn.
Tahiti – zwarte stranden






Plaats een reactie