Aan de plaatsnamen kan ik zien dat ik inmiddels in Bretagne zit. De naamborden worden in twee talen weergegeven: Frans en Bretons. Het Bretons doet sterk denken aan hoe in delen van Groot-Brittannië wordt gesproken en is een goed voorbeeld van de Keltische invloed uit het verleden. De oudere huizen gaan ook steeds meer op de Engelse cottages lijken, lage huisjes gebouwd van grote brokken rots en met kleine ramen. Kortom, een heel ander deel van Frankrijk. Het weer is nu toch eindelijk wel wat minder en dat is even wennen. De afgelopen maanden ben ik voortdurend verwend met strakblauwe luchten, zon en aangename temperaturen, maar nu kijk ik vooral tegen zwaar bewolkte luchten aan en moet ik dikkere truien dragen. Gelukkig valt het met de regen nog steeds mee en zijn er ook mooie momenten, dus ik kan er nog steeds op uit zonder doorweekt terug te komen. Ik ben op weg naar de punt van Bretagne, maar maak weer een tussenstop, in Pont-Scorff deze keer. Zomaar een dorp geprikt op de kaart, maar het blijkt een leuk dorp te zijn met rondom bossen waar je heerlijk kunt wandelen. De mairie in dit dorp is een plaatje. Het is gevestigd in een huis (Maison des Princes) dat uit 1611 stamt en is gelegen aan een mooi centraal plein. Een mooie en bijzondere werkplek lijkt mij. Bretagne staat bekend om de crêperies. Ze zijn hier zeer populair en ook in dit kleine dorp zijn er meerdere te vinden. Dus het wordt tijd voor een (hernieuwde) kennismaking met de crêpe en de onlosmakelijk daarmee verbonden cider. Want naast crêpes is cider ook een typisch Bretons product. Ik zit in een piepklein restaurantje tussen de Fransen en geniet van de sfeer. En wanneer ik afreken, blijkt wel dat het massatoerisme hier nog ver weg is. Ik betaal met de telefoon-app en dat heeft de serveerster nog nooit gezien!
Pont-Scorff






Plaats een reactie