Lang geleden gingen mijn reizen nog niet zo ver en was Mallorca een exotische bestemming. De herinneringen zijn er nog maar enigszins vervaagd en daarom won de nieuwsgierigheid het van de drang om naar onbekende verre oorden te reizen. Een weekje Palma is het geworden omdat die stad in de herinnering het meest tot de verbeelding was blijven spreken.
We logeren in een hotel aan de rand van het centrum waardoor alles zo’n beetje op loopafstand te bekijken is. De eerste indrukken zijn goed. De sfeer is relaxt, het weer is prachtig en op een paar verkeersaders na is de stad autoluw. Het eerste terras is meteen een voltreffer. Het is borreltijd en wat doe je dan als je in Spanje bent? Jawel, een glaasje heerlijke Spaanse witte wijn en daarbij een voortreffelijke tapas. Dit kan al niet meer stuk.
Het voordeel van een vakantieadres niet te ver van huis, is dat de reis niet al te vermoeiend is, dus die eerste dag hebben we genoeg energie om het oude centrum te verkennen en we doen een spelletje “zoek de verschillen”. Wat herkennen we nog van de stad en wat is er opvallend anders. De kathedraal is natuurlijk het bekendste punt en ja, het ligt er nog steeds hetzelfde bij 🙂 Dus dat is niet veranderd. Het leuke souvenirtrappetje bij de Plaça Major (het centrale plein) is echter volledig verloederd en als je naar dit plein wilt, is het triest om deze toegang te moeten gebruiken. Verder constateren we tevreden dat de keuze om deze stad te bezoeken de juiste was. We genieten volop.
Natuurlijk blijven we niet in de stad. Mallorca is meer dan Palma. De voor de hand liggende opties zijn natuurlijk de stranden, waar het eiland beroemd om is. Dus wandelen we langs het strand over de boulevard van El Arenal naar Can Pastilla. Zonnebaden op het strand is niet echt ons ding, maar de wandeling langs de zee is heerlijk. We trekken er ruim tijd voor uit en gaan aan het einde van de dag met de bus weer terug naar Palma. Moe strijken we neer op de Plaça de Cort onder de meer dan 800 jaar oude Oliveira de Cort, een olijfboom met een stamomtrek van zo’n 7,5 meter.
Een echt toeristisch uitstapje is de treinrit van Palma naar Puerto de Sóller. We vertrekken met de Ferrocarill de Sóller uit 1912 en reizen door de bergen van de Serra de Tramuntana naar het hoog gelegen Sóller. Een prachtig ritje met mooie vergezichten en dwars door en hoog over de bergen. In Sóller stappen we over op een tram en kunnen we vanaf de bankjes bijna de sinaasappels plukken die overal langs het spoor groeien. Na 5 kilometer zijn we in de haven van Sóller en na een versnapering pakken we het volgende vervoermiddel: een catamaran. Een mooie boottocht langs hoge rotsen en kliffen volgt en we leggen aan in de baai van La Calobra. Oorspronkelijk een vissersdorpje, maar helaas is het nu toch vooral een toeristenfuik. Gelukkig komen we op een moment, dat net de meeste toeristen vertrekken in hun bussen en boten, dus we kunnen redelijk op ons gemak genieten van het moois dat we zien. Vooral het wandelingetje naar het mooie kleine strandje tussen de rotsen is al de moeite van de hele tocht waard.
Iets minder geslaagd is de fietstocht die we ondernemen. Mooi weer, mooie natuur en goede fietsen, dus dat zou een succes moeten zijn. Maar helaas hebben we daar een misrekening gemaakt. Voordat we Palma uit zijn hebben we al de nodige obstakels moeten overwinnen. Hoewel de stad haar best doet om de fietsers tegemoet te komen, is wel duidelijk dat er eigenlijk geen ruimte is voor de tweetrapper. Dus moeten we over een supersmal fietspad, via trottoirs en over de weg de stad uit zien te komen. Eenmaal daarbuiten denken we lekker te kunnen doorfietsen, maar het – gelukkig wel wat bredere – fietspad loopt langs een drukke weg, die van de ene badplaats naar de volgende loopt. En aangezien we ons doel Santa Ponça toch wel graag willen bereiken, wijken we niet van deze route af. En als we daar dan eenmaal aangekomen zijn, vergeten we de hele tocht weer en gaan we verder met onze tocht over memory lane. Want hier hebben we heel lang gelden ook vakantie gevierd en komen herinneringen terug. Al herkennen we niet heel veel van de stad van toen…
De rest van het eiland verkennen we met een auto. Dat komt neer op een rit naar de oostkust waar we genieten van de haarspeldbochten naar Mirador es Colomer, een prachtig uitzichtpunt op -ook hier- mooie rotsen en kliffen die ver uitsteken de zee in. Met het geluid van het Concerto de Arranjuez op de achtergrond, gespeeld door een verdwaalde muzikant, geniet ik van het tafereel. We genieten van de mooie oude plaatsjes aan deze kant van het eiland: Port de Pollença, Alcúdia en Artà.
Een week is zo om en op onze laatste dag slenteren we nog wat door de stad, doen hier en daar wat inkopen en komen onverwacht terecht op een feestje. We weten niet wat er gevierd wordt maar er is een markt, waar je ook allerlei typisch Spaanse etenswaar kunt kopen. Dus genieten we van een bordje paella met sangria en flamencomuziek in de zon en kijken terug op een geslaagde hernieuwde kennismaking met Mallorca.







Plaats een reactie