En weer zitten we in de Kalahari woestijn maar dan wel in een ander deel. Deze eerste nacht slapen we weer in een bushcamp, vlakbij de Bosjesmannen (de San bushmen). Dit zijn de mensen die als eersten het gebied dat nu Namibië is, bewoonden. We zien een huttendorpje maar al snel blijkt dat ze daar niet meer echt wonen. Er zijn nog maar heel weinig Bosjesmannen die nog op traditionele wijze leven. Het huttendorpje dient alleen als decor voor de demonstratie die we krijgen. De mensen wonen er een stukje vandaan in een golfplaten hutje, een hele “verbetering” dus. En hoewel ze dus niet meer in lemen hutjes wonen, leven ze nog wel van de natuur. Daarom gaan we eerst met ze mee de “bush” in zodat ze ons informatie kunnen geven over de planten en wat ze er mee doen. we krijgen te zien hoe ze jagen en we krijgen een lesje spoorzoeken. Daarna wordt er voor ons gedanst en gezongen. Een heel interessant en vermakelijk uurtje met een groep lieve, aardige mensen waarmee we via een tolk kunnen communiceren.
En dat is wel nodig ook. Niet alleen spreken ze geen woord Engels, maar hun eigen taal is ook een van de vreemdste die ik ooit gehoord heb. Ze gebruiken namelijk niet alleen woorden maar ook zogenaamde “clicks”. Dit geluid klinkt een beetje als het klakken van de tong en wordt gebruikt om bepaalde medeklinkers aan te duiden. Meer uitleg over deze bijzondere manier van communiceren: Khoisan taal
We verruilen Namibië voor Botswana want daar bezoeken we de Okavango delta. Dit waterrijke gebied staat nu als eerstvolgende op het programma. De delta is de grootste binnenlandse delta ter wereld en een Unesco werelderfgoed. Het is weer een hele reis om op onze camping te komen, want na een zeer lange reis met gedeeltelijk heel slechte wegen, worden we weer, inclusief bagage, tenten, kookgerei en voorraden “overgeladen” op een 4×4 in het dorpje Etsha. Vervolgens hobbelen we nog drie kwartier over een terrein zonder dat we een weg zien en gelukkig hebben we een lokale chauffeur die weet waar hij naar toe moet. We zetten in het donker onze tenten op en pas de volgende ochtend zie ik dat we op een prachtige plek zijn aangeland. Onze camping ligt aan het water waar we later op de dag in een boot stappen, die ons verder de delta in brengt. Na een half uur stappen we over op zogenaamde mokoro’s, boomstambootjes. Alleen worden deze bootjes tegenwoordig niet meer van boomstammen gemaakt maar van glasvezel om het milieu te sparen.
Per twee personen is een boot beschikbaar en we worden door een “poler”, zeg maar gondelier door de delta gevaren. En hoewel het qua dieren hier wat tegenvalt, daarvoor moet je eigenlijk dieper de delta in, en ik eigenlijk niet zo’n liefhebber van varen ben, geniet ik enorm van deze tocht. De natuur is hier prachtig, maar bovenal geeft het kleine bootje en de manier van voortbewegen een enorme rust waardoor je zeer op je gemak alles in je op kunt nemen.
In Botswana wemelt het van de olifanten en dat blijkt ook wel als we in het Chobe National Park een game cruise maken over een rivier. “Game” betekent tegenwoordig “wilde dieren”, maar eigenlijk staat het voor de jacht op wilde dieren voor sport of voor voedsel. Dus gaan wij op jacht naar de olifanten. Die zijn hier volop aanwezig. We zien diverse kuddes en ook meerdere mannetjes die alleen rondwerven. Maar Chobe biedt veel meer dan alleen olifanten. Er liggen hier krokodillen en nijlpaarden in het water, er lopen giraffen rond, maraboes vliegen af en aan en we eindigen met de mooiste zonsondergang die ik ooit heb gezien. Dat we midden tussen de wilde dieren zitten wordt op de camping wel duidelijk. Naast het geritsel van bladeren en het geluid van vogels hoor je hier ook de wrattenzwijnen luid knorrend naar voedsel zoeken, nijlpaarden in de verte luid grommen, olifanten trompetteren, vindt een bosbok haar weg naar ons eten en als klap op de vuurpijl vertelt de assistent-gids die met ons mee is deze tour, dat hij ‘s nachts bij een toiletbezoek een luipaard zag lopen. Ik moet er echt niet aan denken dat mij dit zou kunnen gebeuren.
Van Chobe naar Zimbabwe is het gelukkig niet zo ver. Na een uurtje rijden, waarbij we nog giraffen langs de kant van de weg zien en een olifant rustig de weg oversteekt, zijn we in Victoria Falls, het eindpunt van deze tour. Natuurlijk bezoeken we hier de beroemde watervallen, die volgens de records de grootste aaneengesloten watermassa naar beneden storten. Het is een van de 7 natuurlijke wereldwonderen maar staat bij mij zeker niet bovenaan. De Iguaçu watervallen in Argentinië/Brazilië zijn veel indrukwekkender. Maar toch geniet ik wel weer van dit natuurverschijnsel, watervallen in deze omvang stralen grote kracht uit en je voelt je altijd nietig als je er bij staat/langs loopt.
Ik heb nog wat extra dagen over voordat ik naar huis vlieg en omdat ik zo van de watervallen geniet, besluit ik ook de Zambiaanse kant te bezoeken. Dat wordt dus nog een grensovergang en het vierde land van deze reis. Aangezien de watervallen op de grensovergang liggen, kan ik alles lopend doen. Nadat ik Zimbabwe verlaten heb en dus eigenlijk in niemandsland loop, kom ik op een brug terecht die over de Zambezi rivier loopt. Ik bekijk hier een aantal bungy jumps want dat is een van de topattracties in dit gebied. Helaas ben ik net te laat om 2 van mijn reisgenoten te zien springen.
De watervallen aan deze kant zijn ook mooi om te bekijken, al is het net wat minder dan aan de Zimbabwaanse kant. En ik sla een gedeelte over want het pad dat ik daarvoor zou moeten nemen, is volledig overgenomen door bavianen. Er lopen hele grote exemplaren rond en moeders met hele kleintjes en heel eerlijk gezegd: ik vertrouw ze niet dus laat ik het maar liever. Je wordt ook overal voor ze gewaarschuwd en ze jatten echt alles wat ze te pakken kunnen krijgen. Zo hoor ik dat er een tas is afgepakt van een vrouw en een mobiele telefoon van iemand die een selfie stond te maken. Zelf zie ik, en dat is natuurlijk minder ernstig, dat een aap iemands ijsje afpakt en even later een flesje cola. Heel handig schroeft hij de dop eraf en giet de cola eruit om dat vervolgens op te likken.
Het stadje Livingstone, natuurlijk genoemd naar de ontdekker van de watervallen, David Livingstone, is niet heel boeiend dus daar ben ik snel klaar mee.
En nu zit de reis er bijna op. Ik geniet nog een paar dagen van de luxe van een mooie lodge om bij te komen van 3,5 week rondreizen en slapen in koude temperaturen op een dun matrasje. Ik gebruik de tijd om deze blogs te schrijven en foto’s te organiseren. En natuurlijk om alvast na te denken over een volgende bestemming…
aanvullend:
vervet aap
krokodil
nijlpaard
lier antilope
litschie waterbok
waterbuffel (de nog ontbrekende van de big five)
mangoest
bosbok
waterbok
maraboe
puku antilope








Plaats een reactie