Einde van een mooie reis

Deze tweede week zijn we meer naar het oosten gereisd. De bergen worden er hoger, de dalen smaller. Veel toeristen gaan maar 5-7 dagen en komen daarom niet zo ver, met als gevolg dat we nu minder toeristen tegenkomen. Het geeft de reis iets extra’s. Het weer is elke dag prachtig en ik geniet dan ook van de mooie uitzichten en de wandelingen die we maken. We zien dan hoe de tijd hier toch voor bepaalde dingen stil heeft gestaan. Zo bekijken we hoe de mensen hier voor het grootste deel met de hand de rijst oogsten en dorsen. Een enkeling heeft het geluk een machine ervoor te hebben kunnen kopen, maar het is veel en hard werken voor de meesten.

Wat eten betreft is er niet veel variatie. Bhutan gaat er prat op alleen biologische landbouw toe te staan. Er worden geen bestrijdingsmiddelen of onnatuurlijke meststoffen gebruikt. Maar er worden ook niet heel veel verschillende producten verbouwd. Dit vertaalt zich naar vrij eenzijdige maaltijden die we voorgeschoteld krijgen en het fruit is niet altijd even vers. De Bhutanezen zelf zijn gek op chilipepers, die ze dan ook in allerlei vormen en op verschillende manieren klaargemaakt bij hun eten gooien.  Het nationale gerecht is chili & cheese dat bij elke maaltijd wel aanwezig is. Alleen, niet voor ons toeristen. De gids is echter zo vriendelijk om mij telkens iets van de pepers te brengen, want hij heeft door dat ik wel van pittig eten hou. Ze verbouwen de pepers ook en laten daarna drogen. Je ziet dan ook overal daken, bedekt met rode en soms groene pepers. Of er hangen hele strengen pepers aan de muren.

En ja, dan is er ook nog de bijzondere cultuur van Bhutan. Voor het belangrijkste deel is dit ingegeven door het boeddhisme. De meeste mensen zijn erg gelovig en je ziet dan ook overal biddende mensen aan de zogenaamde “prayerwheels” draaien, of zich soms ter aarde werpen om met handen, knieën en hoofd op de grond hun gebed te doen. Dit doen ze dan vooral bij en in de vele tempels die het land rijk is. We bezoeken veel tempels en dzongs, kloosters, chorten, Tibetaanse, Nepalese en Bhutanese stoepa’s (eigenlijk zijn dat ook weer chorten maar we raken de draad soms een beetje kwijt). Onze gids is gelukkig een meester in vertellen over de figuren en gebeurtenissen die met het boeddhisme te maken hebben al haken we zo richting het einde van de reis wel een beetje af, want het is ook zó veel!

Gelukkig is er dan een moment van hilariteit want ja, ik moet het er toch even over hebben, Bhutanezen zijn ervan overtuigd dat het fallus-symbool er voor zorgt dat kwade geesten verdwijnen en dat je gevrijwaard blijft van ongeluk als je dit b.v. op je huis schildert. Dus als we naar de “vruchtbaarheidstempel” gaan, rijden we eerst door een straatje waar je als souvenir de fallussen in alle vormen en maten kunt kopen. Zo komen tradities en geld verdienen aan toeristen dicht bij elkaar.

Een hoogtepunt is het festival dat we in de Bumthang-vallei bezoeken. In de dzong/tempel wordt drie dagen gedanst, waarbij de zogenaamde maskerdans het belangrijkste onderdeel is, De dansen zijn allemaal gebaseerd op religieuze thema’s en voor ons leken is het niet altijd even duidelijk waar het om gaat. Maar het is prachtig om te zien en ook is het leuk om te zien hoe de lokale bevolking, mooi uitgedost in hun go’s (mannen) en kira’s (vrouwen) er een gezinsuitje van maken.

We hebben een goed team dat ons begeleidt. Zowel de gids als de chauffeur doen uitstekend hun werk en in de loop van de twee weken, ontstaan er leuke en interessante gesprekken in de auto. Ik denk dat deze mensen het leven in Bhutan erg rooskleurig zien dankzij hun onvoorwaardelijke geloof in Buddha want we komen er toch af en toe wel achter, dat er wel donkere kanten aan het “bruto nationaal geluk” zitten. De dorpen vergrijzen ook hier. De televisie en het internet hebben dan weliswaar pas rond de eeuwwisseling hun intrede gedaan, maar die achterstand wordt snel ingehaald. De jongeren zien veel meer van de wereld om Bhutan heen en de bijzondere cultuur komt hiermee onder druk te staan. Ze trekken ook hier naar de stad (en dat is dan vaak de hoofdstad Thimpu) en de ouderen blijven achter. Politiek gezien heeft het land de afgelopen decennia een aardverschuiving meegemaakt, die in 2008 leidde tot de vestiging van een constitutionele monarchie. Je zou verwachten dat het volk het nu voor het zeggen heeft, maar de koning heeft nog steeds het laatste vetorecht. Of je tegen de koning in mag gaan, wordt niet echt duidelijk uit onze gesprekken, maar dat is ook wel weer logisch want ze adoreren de man.

Na twee weken komt er een einde aan onze prachtige reis. We hebben het gevoel dat we afscheid nemen van twee vrienden i.p.v. onze gids en chauffeur. We verlaten het land wel in stijl. Er is een stroomstoring dus we staan met zijn allen in de rij voor de incheckbalie te wachten op wat er gaat gebeuren.

De sfeer blijft relaxt en als het licht weer aan gaat juicht iedereen en wordt het werk in alle rust hervat. Dus eigenlijk is het gevoel van aankomst er ook bij het vertrek. Hoe anders is dat wanneer we in New Delhi aankomen en omdat we een lange overstaptijd hebben, besluiten om de stad even in te gaan. De luchtvervuiling, de hectiek, het geluid, de vele mensen, de rommel, het verkeer doen ons nu al terugverlangen naar Bhutan.

Een gedachte over “Einde van een mooie reis

Voeg uw reactie toe

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑