Je blijft je elke dag verbazen

Deze keer weet ik eigenlijk niet waarmee ik moet beginnen. De eerste week is zó vol indrukken geweest, dat het moeilijk is om daaruit de beste keuzes te maken. Dus begin ik maar bij het begin: de aankomst op het vliegveld. Of eigenlijk daarvoor al. Want hoewel je hoog boven de wolken vliegt, zijn op dat moment de hoogste toppen van de Himalaya waaronder de Mount Everest nog steeds te zien. De landing in Paro behoort tot één van de moeilijkste ter wereld en er is maar een klein aantal piloten bevoegd om op dit vliegveld te vliegen. De piloten moeten zonder automatische piloot tussen de bergen door manoeuvreren en ze hebben ook geen radar ter beschikking vanaf het vliegveld, dus alles gebeurt op zicht. Maar als je dan eenmaal veilig en wel op de grond staat en het vliegtuig uit komt, denk je daar niet meer aan en waan je je direct in een andere wereld. Een vliegveld met één landingsbaan, omringd door bergen en een paar gebouwen aan de zijkant, dat is het. Je wordt allervriendelijkst ontvangen en mag zoveel foto’s maken als je wilt van welke plek dan ook en je mag er ook nog eens de tijd voor nemen.

In Bhutan mogen alleen Indiërs vrij rondreizen (er heerst een nauw samenwerkingsverband met India), alle andere toeristen moeten met een Bhutanese gids op stap. Dus wordt onze “groep” (2 personen uit Nederland en 1 uit België) ontvangen door een gids en een chauffeur. En dat brengt me meteen bij de mensen in Bhutan. Degenen die ik tot nu toe heb ontmoet, zijn zonder uitzondering dus ook onze gids en chauffeur vriendelijk, hartelijk, behulpzaam en zo kan ik nog wel even doorgaan. We voelen ons overal zeer welkom. In de loop van deze week raak ik er steeds meer van overtuigd dat de vorm van boeddhisme, zoals dit in Bhutan wordt gepraktiseerd er zeker toe bijdraagt dat we zo warm worden ontvangen. Daarnaast wordt in Bhutan, naast het verbeteren van de economische positie,  veel waarde gehecht aan het Bruto Nationaal Geluk, waartoe iedereen zijn of haar steentje bijdraagt.

Iets wat hier zeker opvalt is de aanbidding die de mensen hebben voor de koning. Overal, maar dan ook letterlijk overal tot in de tempels en kloosters, vind je het portret van de koning, het koningspaar of de koninklijke familie. Zelfs in de hotelkamer ontkom je er niet aan. Ik ben er nu natuurlijk wel trots op dat ik in een hotel heb geslapen waar ook de koning heeft gelogeerd! De hotels die wij bezoeken zijn overigens verrassend goed, als je bedenkt dat het toerisme in Bhutan nog redelijk in de kinderschoenen staat. Pas in de jaren ‘50 van de vorige eeuw werd het feodale systeem afgeschaft en kreeg de bevolking een eigen stuk grond om te bewerken en pas in de jaren ‘70 werden de eerste toeristen toegelaten. En hoewel steeds meer toeristen het land weten te vinden is het nog steeds niet op heel grote schaal.

De natuur is adembenemend. Hoe vaak ik al niet bij mezelf heb gedacht “mooier dan dit kan niet” weet ik niet maar elk dal (en er zijn er hier heel wat) heeft weer iets eigens, elke pas die we overgaan leidt weer tot oh’s en ah’s van het mooie uitzicht dat je krijgt, overal lopen de mooiste rivieren en de hoge besneeuwde toppen van de Himalaya die we in de verte af en toe zien maken dat je je soms moet knijpen om zeker te weten dat je niet droomt. We hebben nog niet heel veel gezien van de dieren die er rondlopen (als je de vele, vele, heel vele honden die er rondlopen niet meetelt), maar verrassend genoeg stuiten we bijvoorbeeld wel op een aantal apen, hoog in de bomen. Die had ik eigenlijk hier niet verwacht.

Reizen door Bhutan is soms “an adventure”. De afstanden tussen onze dagelijkse reisdoelen zijn eigenlijk niet zo heel groot maar, hoewel we een zeer goede (en comfortabele) auto hebben, maken we toch soms lange reisdagen. Er zijn niet heel veel geasfalteerde wegen en als ze er wel zijn is het meestal een smalle, bochtige, hobbelige weg. De “national highway” die we bijvoorbeeld hebben gereden (en nog meer zullen rijden) mag dan wel zo heten maar deze is voor het grootste gedeelte net zo smal als de rest. Kleine stukken weg zijn inmiddels vernieuwd en breder gemaakt maar het grootste gedeelte is “under construction”. Dat betekent dat we uren over soms zeer slechte weggedeeltes rijden, soms moeten wachten totdat een bulldozer de weg geëgaliseerd heeft zodat wij erover heen kunnen rijden en wat nog het ergste is: af en toe rijd je langs zeer diepe afgronden zonder berm, vangrail of iets dergelijks. Ik heb al voorgesteld om deze weg op te nemen in het tv-programma “de gevaarlijkste wegen van de wereld”  want soms houd ik toch echt mijn hart vast.

Het land is bijna net zo groot als Nederland maar er wonen maar zo’n 7 á 800.000 mensen. Echt grote steden zijn er niet. De hoofdstad Thimpu mag als enige een stad genoemd worden, dan zijn er nog een paar stadjes zoals bijvoorbeeld Paro en verder vind je er alleen dorpen, soms bestaande uit een paar huizen, een schooltje en een paar winkeltjes.

Het land kent geen verkeerslichten. Nee, dat hebben ze in Thimpu geprobeerd, maar dat liep uit op een fiasco want het droeg niet bij tot het Bruto Nationaal Geluk. De mensen werden er alleen ongelukkig van en daarom is het enige exemplaar weer vervangen door een menselijke verkeersregelaar.

Indrukken genoeg dus en dan heb ik het nog niet eens gehad over de bijzondere cultuur in dit land. En hoewel Bhutan ook wel het laatste Shangri-la wordt genoemd, heeft ook dit land haar schaduwkanten natuurlijk. Maar daarover later meer.

5 gedachten over “Je blijft je elke dag verbazen

Voeg uw reactie toe

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑