Wat ben ik blij met de GPS in mijn huurauto. Als ik aankom in IJsland is het al zo goed als donker en vind je weg maar eens wanneer het ook nog eens regent en de plaatsnamen op de borden onuitsprekelijk zijn. Mijn nieuwsgierigheid moet dus nog even wachten en pas de volgende ochtend zie ik waar ik terecht ben gekomen. Ook al moet ik ook dan nog veel geduld hebben want pas na ca. 10.00 uur is het echt licht. Dan ben ik al begonnen aan de Golden Circle, een gebied ten noordwesten van Reykjavik waar je een aantal interessante plekken kunt bezoeken. In het nationale park Þingvellir bijvoorbeeld kun je de plek van de Alþingi bezoeken.

Hier hielden de Vikingen al hun parlementsvergade-ringen vanaf 930 nChr. Alþingi wordt dan ook beschouwd als de bakermat van de democratie. Als ik op de heuvel sta waar de vergaderingen in het verleden werden gehouden en uitkijk over de vlakte en daarachter de zogenaamde Wetberg, voel ik bijna de aanwezigheid van de oude, wijze mannen. Geologisch gezien is deze plek zeker net zo bijzonder. Het gebied bevindt zich op de scheidslijn van de Euraziatische en Noord-Amerikaanse tektonische platen, een belangrijke reden voor de vulkanische activiteit in IJsland. Want, als je aan IJsland denkt, denk je toch vooral aan vulkanen en geisers. De bekendste is de Stóri Geysir, die helaas niet goed meer werkt doordat de geologische (micro)omstandigheden veranderden maar helaas ook doordat bezoekers er rommel in gooiden om hem te activeren. Gelukkig is er ook nog de Strokkur, die elke paar minuten een straal van zo’n 30 meter de lucht in stuurt. Ter afsluiting van de Golden Circle rijd ik over een slingerende weg naar de Golfuss,

de bekendste waterval van IJsland. Het water komt hier van alle kanten naar beneden gedonderd, iets wat in de zomer alleen maar grootser zal zijn omdat er dan meer water is. Nu is het echter heel bijzonder doordat gedeeltes van de waterval bevroren zijn, wat dan weer bizarre ijsformaties oplevert. Of Selfoss en leuk plaatsje is weet ik eigenlijk niet. Ik heb het alleen in het donker gezien want ook na mijn tweede nacht in dit stadje vertrek ik in het donker voor een trip richting het oosten. Na een kleine omweg door de kleine vissersplaatsjes Eyarbakki



en Strokkseyri kom ik terug op de ringweg (route 1) richting het oosten. Deze weg is de hoofdweg van het land en loopt langs de kust, bijna volledig rondom het eiland. Deze week rijd ik voornamelijk deze weg. In de winter is niet alles goed berijdbaar en daarom is het veiliger om niet te veel binnenwegen op te zoeken. Gelukkig is het een mooie weg, die me langs de mooiste plekjes in het zuiden van IJsland brengt. Natuurlijk stop ik bij de Eyafjallajökull. Als ik zeg: vulkaanuitbarsting 2010 zal iedereen nog wel weten wat ik bedoel. Deze vulkaan zorgde voor ontwrichting van het vliegverkeer in heel West-Europa (en voor een vertraging van een van mijn vorige reizen!). Hij ligt er nu zeer vredig bij en eigenlijk niet eens indrukwekkend. Een vrij lage, afgeplatte berg die ik niet eens als vulkaan zou herkennen wanneer het bord er niet voor had gestaan. Naast al het natuurgeweld is het (turf)kerkje van Höf een mooie afwisseling. Een klein gebouwtje, het dak volledig begroeid met gras en mos. Wat vooral indruk op mij maakt is het kerkhof. De doden worden niet in de grond maar erop bijgezet. Daarna worden ook de kisten bedekt met gras en mos zodat kerk en kerkhof bijna één geheel vormen. Veel bebouwing zie je dus verder niet. Hier en daar wat kleine dorpjes en her en der verspreide boerderijen. Het is toch vooral de natuur die je hier bewondert. De met sneeuw bedekte bergen, de lavagronden, de zee en de vele gletsjers die van het Vatnajökull-plateau naar beneden komen.
Plaats een reactie