Broadway (deze keer niet New York maar Nashville) is een belevenis. Zodra je hier de straat of een van de zijstraatjes inloopt is het al muziek wat je hoort. Live muziek wel te verstaan. De bars, restaurants, cafés en natuurlijk saloons hebben de hele dag artiesten ingehuurd, die live hun muziek laten horen.

En natuurlijk is het allemaal country muziek. Een fantastische sfeer en het maakt veel meer indruk op me dan ik vooraf had kunnen denken. Naast alle muziek, die je hoort, heeft Nashville ook verschillende musea die de moeite waard zijn. Natuurlijk hebben ze allemaal met muziek te maken, maar stuk voor stuk zijn ze zeker interessant.

Zo bezoeken we tijdens ons verblijf in Nashville de Country Music Hall of Fame, de RCA studio B, het Ryman Theater, het Johnny Cash museum en als klap op de vuurpijl wonen we een show bij in de Grand Ole Opry, hét country walhalla. Deze show wordt rechtstreeks uitgezonden op de radio (al sinds 1927!) inclusief mondelinge reclameboodschappen, die op het podium worden voorgelezen. Als country-artiest kun je niets groters bereiken dan in deze show op te treden.Als je Nashville zegt, kun je niet om Elvis heen. Hij heeft hier in de RCA studio de meeste nummers uit zijn omvangrijke oeuvre opgenomen. En als je Nashville bezoekt, kun je ook niet om Memphis heen. Dus is deze stad aan de Mississippi het volgende reisdoel. Want ik móet natuurlijk naar Graceland. En ook dit is natuurlijk één grote toeristische kermis. Aan de Elvis Presley Boulevard, zo ongeveer tegenover Graceland is een soort pretpark neergekwakt. Je kunt er de auto’s en kleding van Elvis in grote zalen bewonderen, er is een collectie uit zijn persoonlijke spullen tentoongesteld, er zijn films te bekijken waarin Elvis heeft gespeeld en natuurlijk overal souvenirshops.

Als je Graceland zelf wilt bezoeken, moet je in de rij. Ook al heb je bij het reserveren van de tickets een tijd afgesproken. Want je wordt met een shuttle naar de overkant van de weg gebracht en daar mondjesmaat toegelaten naar het huis. Dat laatste is natuurlijk wel prettig, want je krijgt in ieder geval voldoende ruimte om alles goed te bekijken. En eenmaal binnen mag je er zolang blijven als je wilt. Alles bij elkaar een behoorlijk georganiseerde chaos dus, maar als ik dan eenmaal voor dat zo beroemde huis sta, moet ik toch even slikken. Ik sta er mooi toch. Als stad is Memphis niet echt geweldig. Je hebt er nog Beale Street, in vroeger tijden het centrum van de blues muziek, maar nu een slap aftreksel van wat het ooit was. Het heeft zeker niet de sfeer van Broadway in Nashville. En je kunt er de Sun Studio bezoeken (waar Elvis zijn eerste plaatjes opnam). Ten slotte is er ook nog de Stax Studio. In deze studio werd vooral soulmuziek opgenomen door bekende sterren als Otis Redding en Booker T. & the M.G.’s. En dan gaat het verder naar het – diepe – zuiden. Het eindpunt van deze trip is New Orleans, een slordige 635 km van Memphis. Een aardig stukje rijden dus we besluiten nog één overnachting in te bouwen: Natchez. Dat betekent wel een stukje om, maar dan kunnen we ook nog eens Clarksdale onderweg bezoeken, de geboorteplaats van de Blues. Natchez is een oude stad en doet veel aan behoud van de eigen identiteit.

Je vindt er dan ook nog mooie oude koloniale gebouwen en natuurlijk de mighty Mississippi inclusief radarboot. Net buiten deze stad is een suikerrietplantage (Frogmore plan

tation), die wél de slavenhistorie durft te vertellen. Om het hoofdgebouw heen heeft men een mooi openluchtmuseum opgezet en worden er rondleidingen gegeven door enthousiaste gidsen. Het laatste stuk richting New Orleans gaat door steeds natter en drassiger gebied. Je ziet wel dat je in de Mississippidelta komt. We zien de bayous (de meertjes en kreekjes die door overstromingen van de rivier zijn ontstaan) en rijden over talloze bruggen richting de stad. Een stad, die weer een totaal andere sfeer blijkt te hebben dan de steden, die we tot nu toe hebben gezien. Heel Europees, Frans eigenlijk en dat is dan weer niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat de Fransen hier in de koloniale tijd voet aan de grond hebben gezet.

Ook is er veel Spaanse invloed merkbaar. De binnenstad is zelfs charmant te noemen met smalle straten lage bebouwing en smeedijzeren hekjes voor de balkons. Bourbon Street in the French Quarter is hier de street to be: muziek uit diverse tentjes en dan vooral blues en jazz. Supertoeristisch, dat wel; de souvenirwinkeltjes zijn niet te tellen. Onze laatste dag besteden we aan een boottocht door de swamps, d
e kanalen die in de moerassen zijn gegraven en waar het wemelt van de dieren. Een leuke tocht door een mooi gebied. We komen natuurlijk vooral voor de alligators, maar zien ook prachtige vogels. En de laatste avond eet ik Jambalaya, dat moet je natuurlijk een keer gegeten hebben
en ik moet zeggen: het was heerlijk.
En dan is deze trip helaas weer voorbij. We hebben een behoorlijke tocht gemaakt en hebben daarbij (soms heel kort soms wat langer) 9 staten bezocht: New York – New Jersey – Delaware – Maryland – Virginia – South Carolina – Tennessee – Mississippi – Louisiana.
Plaats een reactie