Hernieuwde kennismaking

Mijn vorige verblijf in Hong Kong was van korte duur en bijna volledig verregend. Daarom is het mooi om hier nog een keer te zijn. Een week deze keer met de bedoeling om meer van de stad en haar omgeving te zien. We beginnen op Hongkong Island. Dit is het kloppende hart van Hong Kong, vooral door de vele (internationale) bedrijven die hier gevestigd zijn. Maar als je van winkelen houdt, ben je hier ook aan het goede adres, hoewel het echte winkelgebied aan de overkant van de haven ligt, in Tsim Sha Tsui (een deel van Kowloon). Dat is ook het toeristische Hong Kong, maar dat laten we deze keer een beetje links liggen omdat ik daar al ben geweest. Bij het verlaten van het hotel vallen we meteen met de neus in de boter. Het is Chinees Nieuwjaar en het management van het hotel heeft ervoor gezorgd dat er een voorstelling, compleet met eten en drinken plaatsvindt voor de ingang van het hotel. Dus we worden al meteen verrast door de acrobatische dansen van de Chinezen, die zich verstopt hebben in een draak. En door het eten dat klaar ligt voor de toeschouwers, een compleet biggetje, geroosterd aan het spit. Het openbaar vervoer is goed geregeld en ik bezoek de verschillende delen van het eiland met de bus, de metro en ook met de dubbeldekker tram die vlakbij het hotel stopt. Deze vorm van openbaar vervoer stamt nog uit de vroegere Engelse tijd en men heeft deze lijn in stand gehouden. Je kunt met de tram bijna volledig van oost naar west over het eiland. En dat ook nog voor bijna niks. Op Hongkong Island zijn naast de vele winkels en bedrijven gelukkig ook nog vele mooie andere bezienswaardigheden. We bezoeken de oude Man Mo Tempel, de mooie strandjes en dorpjes aan de zuidkant van het eiland en natuurlijk The Peak. Dit is dé toeristische attractie en natuurlijk moeten we er ook naar toe. Het is echter niet echt helder, sterker nog, zwaar bewolkt. Dus daar waar we een fantastisch uitzicht op de haven met Kowloon aan de ene kant en de eilanden aan de andere kant zouden moeten hebben, zien we alleen maar wolken en mist. Helaas. Voordeel is dan wel weer, dat er geen lange rij stond om met het treintje naar boven te gaan. Hongkong Island is vooral heel erg heuvelachtig en om de bewoners te helpen om tegen de hellingen omhoog te klauteren, hebben ze iets moois bedacht. Een prachtige, overdekte en ’s avonds strak blauw verlichte roltrap brengt je van zeeniveau tot bijna aan de hoogste top. Onderweg zijn “haltes” waar je in en uit kunt stappen. Dus als we ’s avonds ergens lekker willen gaan eten, pakken we de roltrap en stappen halverwege uit om naar een leuk Frans! eettentje te gaan. Je waant je bijna in Parijs.

Kowloon, zoals gezegd al eerder bezocht, komt toch ook deze keer weer aan bod. Het is Chinees Nieuwjaar, dus gaan we ’s avonds naar de “streetparade”. Deze vindt vlakbij de klokkentoren plaats, een bekend herkenningspunt in de haven. Voor het mooiste gedeelte moet je een kaartje kopen. Als we onze stoel opzoeken wacht daar een heuse “goodiebag”. De parade is aardig, niet geweldig maar toch leuk om te zien hoe in een stad als Hong Kong Nieuwjaar wordt gevierd. Later vangen we ook nog een glimp van vuurwerk op, maar spectaculair is het allemaal niet. In Kowloon is ook een mooi museum gevestigd: the Hong Kong Museum of History, waar je de geschiedenis van de stad vanaf de oertijd tot heden kunt ontdekken.

Hong Kong is meer dan Hong Kong Island en Kowloon. Naast vele andere wijken zijn er ook nog de honderden eilanden en eilandjes en daarom besluiten we naar Lantau te gaan. Eigenlijk zijn we daar al geweest want het vliegveld van Hong Kong bevindt zich op dit eiland. Nu gaan we er met de veerboot naar toe. En we zijn blij verrast. Je komt in een andere wereld terwijl je toch zo dicht bij de miljoenenstad bent. De boot legt aan in de haven in een dorp, waar de hoogste gebouwen niet meer dan drie verdiepingen tellen. En je kunt een mooie wandeling naar de andere kant van het eiland maken, waar je vervolgens in een ander dorp de boot terug kunt nemen. Je ziet hier echt een ander Hong Kong met mooie natuur en uitzicht over baaien, de zee en Hong Kong Island.

En vanuit Hong Kong is het niet ver met boot naar Macau. Al kost het wel wat meer tijd dan alleen de boottocht aangezien je China verlaat, dus door paspoort- en bagagecontrole moet. De voormalige Portugese kolonie is nu vooral bekend door de enorme hotels met daarin casino’s die naar men zegt meer jaaromzet genereren dan de hotels in gokstad Las Vegas. Voor mij is Macau vooral de moeite waard door de mooi bewaard gebleven gebouwen, pleinen en straten uit de Portugese tijd. Helaas is het vreselijk druk, alle Chinezen lijken zich hier in de straatjes te proppen en bij de restanten van wat ooit de Sâo Paulo kerk was, moet de politie er zelfs aan te pas komen om de mensenmassa in goede banen te leiden.

In het noorden grenst Hong Kong aan China en ook dat krijgen we te zien. Want tijdens een tocht door The New Territories zien we in de verte Shenzhen liggen. In Shenzhen wonen inmiddels meer dan 10 miljoen mensen (in 1979 nog 30.000) en het is een van de snelst groeiende steden ter wereld. De stad ligt vóór ons aan de overkant van een mooie baai, waarin mooie vogels te bewonderen zijn. Ik geniet sowieso van deze trip want we krijgen een leuke mix van natuur en cultuur te zien. Zo bezoeken we o.a. de Wong Tai Sin tempel, waar drie religies samen komen: Taoïsme, Confucianisme en Boeddhisme. Mooi om te zien hoe gelovigen van verschillende godsdiensten samen komen en uiting geven aan hun eigen geloof.  Een andere mooie plek is een van de “walled cities”. Dit zijn kleine leefgemeenschappen, die je vroeger overal in Hong Kong kon vinden. Er zijn er nu nog maar een paar over en deze zijn volgens mij vooral in stand gehouden voor de toeristen. Deze walled city bestaat uit ca. 20 smalle straatjes, waar je vrijwel geen daglicht ziet. Maar of alle huizen ook bewoond zijn, vraag ik me af. Ik zie alleen een paar oude vrouwtjes en mannetjes rondsloffen, dus erg levendig is dit dorpje niet. Bij een mooi uitkijkpunt (alleen ook hier helaas weer nevelig) kunnen we wat te drinken kopen. Intussen stapt ook een klas kleine kinderen uit een bus. Heel schattig lopen ze met zijn allen achter elkaar mee met de begeleiders, allemaal voorzien van hetzelfde gele hoedje. En natuurlijk zijn ze allemaal erg blij met hun versnapering. En het showtje van de hond van de kraamverkoper. Die ruimt nl. op commando de papiertjes op.

Vanaf een pier kunnen we het drijvende vissersdorpje goed bekijken. Van de gids hoor ik dat dit dorp dreigt te verdwijnen omdat de bewoners van de “Goldcoast” aan de overkant in dit water hun jachten willen kunnen aanmeren. Triest, want ook deze cultuur is misschien binnenkort wel verleden tijd.

Ten slotte lopen we nog de vele, vele trappen op naar de Ten Thousand Buddhas Monastry. Bij ongeveer elke trede staat een beeld en ze zijn allemaal verschillend. Eenmaal boven staan er nog veel meer. Of het er tienduizend zijn durf ik te betwijfelen maar veel zijn het er zeker. Helaas hebben we niet veel tijd meer om in de tempel rond te kijken. Het is vijf uur en we worden zo ongeveer van het terrein af gestuurd.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑