foto’s Kazachstan foto’s Kirgizië
Kazachstan is een enorm groot land maar we “doen” slechts een heel klein gedeelte, het nationale park Akzu Djabagly. Na een tussenstop in Tashkent (in een gigantisch hotel dat ooit door de Russen is gebouwd) rijden we naar de rand van het park en slapen 2 nachten bij mensen thuis. Een heel gezellige gastvrouw, een mooi klein dorpje aan de voet van de bergen, een lekkere temperatuur, allemaal ingrediënten voor een paar heerlijke dagen. We maken een schitterende wandeling in het park, waar we langs de rand van een kloof lopen en waar de bloemen en insecten alom aanwezig zijn. Een pittige wandeling, dat wel vooral ook omdat ik me al lang niet helemaal lekker voel. De darmen zijn al een poosje bezig me het leven zuur te maken en dat is niet bevorderend voor je fitheid. Desondanks geniet ik wel weer van alle pracht. Ook in Kirgizië gaan we vanuit de hoofdstad Bishkek een nationaal park in: Ala Archa.
En ook dit is weer een mooi wandelgebied, maar helaas laat het weer ons hier een beetje in de steek. Het heeft ’s nachts behoorlijk geregend en de rivier, die door het park loopt is daardoor zo hoog dat we hem niet kunnen oversteken. We kunnen onze wandeling dan ook niet helemaal afmaken en als we teruglopen wordt het zelfs erg koud en het begint weer te regenen. Ik moet zowaar mijn regenjas aan, dat is sinds Ankara niet meer gebeurd. Bishkek is een stad waar de sfeer nog heel erg Russisch is. Veel grote, grijze, grauwe gebouwen en weinig kleur. We vinden het dan ook niet erg om de stad weer te verlaten en het “platte” land in te gaan. Kirgizië bestaat voor het grootste gedeelte uit bergen, dus erg plat is het er niet. We zien dan ook al snel de eerste besneeuwde bergtoppen opdoemen. Maar ook zien we steeds meer joerts (of yurts en soms ook gers genoemd; de nomadententen die door diverse volkeren in de verschillende landen in Azië worden gebruikt). In Kirgizië heerst een grote kloof tussen arm en rijk en dat zie je vooral op het platteland. De mensen bewerken de akkers nog veel zonder grote machines, de kleding oogt armoedig en het wagenpark is niet best. Behalve bij de happy few natuurlijk, want die rijden in mooie auto’s, vaak Japans. En het vreemde is, dat het stuur in deze auto’s aan de rechterkant zit, hoewel ze ook rechts rijden. Veel armoede dus en je hoort mensen dan soms ook klagen dat het onder de Russen beter was.
Er staan nog overal Lenin-beelden en de hamer en sikkel wordt ook nog steeds afgebeeld. Als we het goed begrepen hebben natuurlijk, want ook in dit land is het weer lastig communiceren. Je ziet hier ook veel meer dan in de voorgaande landen de restanten van de Russische overheersing. De mensen zijn wel heel behulpzaam als je wat vraagt, maar de handen en voeten zijn echt meestal wel nodig om iets duidelijk te maken. Het eten is hier gelukkig wel iets beter dan in de voorgaande landen. In ieder geval wat minder vet. Maar ook daarin is de Russische invloed te merken, want ik heb al ik weet niet hoe vaak borsjt gegeten, een Russische soep met grote stukken soepvlees, aardappel en wat groenten (vaak rode bieten). En hoewel het land voor een groot deel Islamitisch is, zien we toch ook dat het Russisch-Orthodoxe geloof nog steeds leeft.
In Karakol zien we bijvoorbeeld een mooie, 120-jaar oude houten kerk, waar men bezig is met de voorbereidingen voor het Pinksterfeest (dat dus op een andere datum dan bij ons wordt gevierd). Het Issyk-Kul meer is niet te missen. Een enorm meer van 180 km lang en na het Titicaca-meer in Bolivia het grootste bergmeer ter wereld, volledig omringd door hoge bergen. Vier dagen lang rijden we rond dit gigantische meer en het mooie daarvan is dat het er elke dag anders uitziet.
Vooral de zuidkant van het meer is heel mooi, met mooie zandstranden en duinachtige gebieden. Ook aan de zuidzijde rijden we een vallei in, Fairytale Valley genaamd. Waarachtig een sprookjesvallei, waar we in de grillige, mooi gekleurde rotsformaties o.a. het sprookjeskasteel van Doornroosje zien, maar ook een gigantische leguaan, een schildpad, een poema etc.
Het al eerder genoemde Karakol is ook de plek waar de ontdekkingsreiziger Przewalski begraven is. Het Przewalski-paard is waarschijnlijk bij menigeen bekend (al was het maar door het Groot Dictee der Nederlandse Taal), maar dat dit paard ontdekt is door de Russische ontdekkingsreiziger Przewalski was mij niet bekend. Een mooi museum laat zien wat deze man allemaal heeft ontdekt in vooral Azië. Rond het meer sliepen we in homestays, na het meer trekken we de bergen in en slapen in joerts. Slapen is een groot woord, we liggen voornamelijk op wat dunne matrasjes op de grond en het is vooral koud ’s nachts, wat logisch is als je de bergen in gaat. Vooral de afgelopen nacht was het ijzig koud. We sliepen op zo’n 3.400 meter hoogte bij opnieuw een bergmeertje.
De zomer is begonnen maar we hebben gisteren, vannacht en vanochtend alle weertypes wel ongeveer gehad: zon, wind, regen, hagel en sneeuw. Dus zijn we erg blij dat ons programma voor vandaag enigszins wordt aangepast. In plaats van nog een ochtend om te wandelen etc. bij het meer, vertrekken we richting een lager gelegen dorpje in de buurt, waar we nu weer in een homestay overnachten. Lekker warm gedoucht en weer een bed. Heerlijk. Maar het ongemak van de afgelopen dagen weegt niet op tegen de pracht van de natuur in dit land. Ik had me hier heel erg op verheugd en het valt zeker niet tegen. Kirgizië staat wat toerisme betreft nog in de kinderschoenen. Heel veel andere toeristen zien we niet en klaarblijkelijk moeten we als toerist nog extra beschermd worden, want onze bus heeft een bord achter de voorruit waar “INTOURIST” op staat. Ik dacht dat het de Kirgizische reisorganisatie was maar het blijkt een overheidsmaatregel te zijn. Alle vervoermiddelen waarin buitenlandse toeristen zitten, krijgen dit bord. Dit is om te voorkomen dat politieagenten de bussen aanhouden en geld vragen om een of andere lullige reden. Je zou toch zeggen dat je beter de corrupte politie aan kunt pakken.
We zitten op 9.220 km van ruim 15.000 km totaal.










Plaats een reactie