Deze week rijden we vanuit Oost-Turkije (Oost-Anatolië) naar Iran. Onze route door dit gebied voert ons door prachtige bergen. We hebben heel mooi weer en genieten van de steeds veranderende vergezichten. Of van de smalle kloven waar we doorheen rijden, met naast ons – toch wel zeer smalle weggetje – een kolkende rivier. Na een bezoek aan een monument hoog boven op een berg, lopen we een stuk naar beneden totdat de bus ons weer oppikt. Ik voel me een heel klein nietig wezentje in dit natuurgeweld en zou willen dat de bus wat langer weggebleven was. Prachtig om hier te wandelen. We komen steeds dichter bij de Armeense grens en zien zelfs af en toe militairen, die controles uitvoeren. Turkije en Armenië zijn zeker geen vrienden en de grens is gesloten. We bezoeken de, verlaten, stad Ani. Deze stad staat op de werelderfgoedlijst en ik begrijp wel waarom. Over een groot oppervlakte verdeeld, staan hier nog diverse ruïnes overeind van een stad, die ooit een belangrijke stad was aan de Zijderoute. Prachtig om hier tussendoor te wandelen en de nog overeind staande gebouwen van binnen te bekijken. Ook op deze plek hebben weer diverse heersers hun slag geslagen en de plek is ooit bewoond geweest door de Mongolen van Dzjengis Kahn. Een bewijs van de waakzaamheid zie ik aan de rand van het terrein: een wachttoren aan de Armeense grens. Het reizen door dit deel van Turkije brengt ook wat ongemak met zich mee, al went het ook wel weer snel: hurktoiletten. Het blijft toch altijd even slikken als ik weer zo’n op het oog vaak vies toilet zie. Maar eigenlijk maakt het helemaal niet uit of het schoon of vies is, want je raakt toch niets aan. Je moet alleen wel even wennen aan dat hurken. Dit ongemak weegt niet op tegen de rest, want het laatste gedeelte van Turkije, richting Iran blijft het onveranderd mooi. We zien de berg Ararat. Dit is de hoogste berg van Turkije met 5.137 meter met erachter de kleine Ararat. Een korte bijbelles: de ark van Noah zou op het gebergte geland zijn na het zakken van het water van de zondvloed. Dus voor een grote groep mensen is dit een heilige berg.


Dit zijn zo’n beetje de laatste beelden van Turkije. Bij Gürbulak steken we de grens over met Iran. Al kilometers voor de grens staan in een dubbele rij vrachtwagens te wachten om de grens te kunnen passeren. Gelukkig kunnen we er met onze bus langsrijden en is het voor niet-vrachtwagenchauffeurs eigenlijk vrij rustig bij de grens. We zijn dan ook al snel voorbij de Turkse douane. En dan begint er een heel nieuw leven voor de vrouwen in de groep. ’s Ochtends hebben we ons al in lange, wijde broek en ruimvallende blouse of tuniek gestoken. Nu we de grens met Iran passeren komt daar de hoofddoek bij. Het zit onwennig en ik ben blij dat ik wat haarspelden heb meegenomen, want dan blijft dat ding tenminste een beetje zitten. Ook bij de Iraanse douane gaat het onverwacht snel en voor we het weten zitten we aan de Iraanse kant geld te wisselen. Want door de boycot kun je in Iran geen geld pinnen en ook niet met creditcard betalen. Dus hebben we allemaal dollars van huis meegenomen om hier te wisselen. En dan ben ik ineens zomaar multimiljonair! Voor ongeveer € 200,– heb ik 6.750.000 Iraanse rial gekregen. We krijgen een riante bus (ca. 45 zitplaatsen voor onze kleine groep). We krijgen ook een Iraanse reisbegeleider, die ons naar ons eerstvolgende overnachtingsadres zal brengen. Hadden we in Turkije te maken met allerlei bevolkingsgroepen, in Iran is dat niet anders. Inmiddels zijn we een stuk door West-Azerbeidzjan en Koerdistan gereden. Gebieden waar de bevolking zich niet echt Iraans voelt, maar ze liggen nu eenmaal wel in Iran. We blijven dus geregeld controleposten tegenkomen. En de chauffeur moet zich in elke stad melden bij de politie om daar een stempel te halen. Er is een strenge controle op de rijtijdenwet, de tachograaf voor de gereden snelheid en of de gereden tijd wel klopt met de geplande route. Kortom, ook hier is Big Brother zeer actief.

En Khomeiny en Khameiny kijken overal vandaan mee. We zijn in het land waar Farsi de voertaal is. Was mijn Turks al nul komma nul, Farsi is nog minder dan dat. Kon je in het Turks nog wel hier of daar een woordje lezen, het Farsi is een totaal anders geschreven taal en onherkenbaar. Daarom krijgen we van onze reisbegeleider een briefje met daarop de cijfers, zodat we in ieder geval een beetje kunnen lezen wat dingen kosten. Toch wel handig als je iets wilt kopen.

We kunnen het meteen gebruiken als we in Tabriz aankomen, want met een aantal mensen willen we met de bus naar het centrum. Een kaartje kopen betekent, dat je moet weten wat het kost en dat leverde al best wat problemen op, Maar kijk, Iraniërs zijn nóg aardiger dan Turken. Een jonge vrouw haalt 5 ritten van haar buskaart af via een automaat en we kunnen zo de bus in. Hoewel, dat werkt hier anders dan in Nederland. De bussen zijn opgesplitst in 2 delen: voorin zitten de mannen, achterin de vrouwen. En er staan zo veel vrouwen bij de halte, dat het eeuwen gaat duren voordat we aan de beurt zijn. Ineens komt er een bus aan, waarin alleen vrouwen mogen zitten. Dus wij erin, en daar zitten we dan met een bus vol vrouwen die ons allemaal nieuwsgierig bekijken. We zien er natuurlijk totaal anders uit dan zij, ondanks onze hoofddoeken. Maar ze beginnen te kletsen en begrijpen dat we naar de Blauwe Moskee willen. Als we een halte te vroeg willen uitstappen, roept de hele bus: “No, next one!”. Hilariteit natuurlijk, maar wel een hele leuke ervaring.

We maken nog een staaltje van gastvrijheid mee. Een van mijn medereizigers wil nog een extra hoofddoek kopen, dus in de bazaar kiest ze er een uit bij een man die hoofddoeken op straat staat te verkopen. Ze krijgt de hoofddoek cadeau! Op dit moment zit ik in Sanandaj, de hoofdstad van Koerdistan. We hebben er al weer aardig wat kilometers opzitten in Iran en het landschap is totaal veranderd. Van de mooie groene bergen in Turkije zijn we nu in droog, zanderig gebied beland. Hier is duidelijk weinig regen gevallen de laatste tijd. En we zijn bij de Koerden. Een hele andere bevolkingsgroep, die op het eerste gezicht al herkenbaar is aan de afwijkende kleding. De mannen dragen wijde broeken, die bij de enkels weer nauw aansluiten. Een beetje Volendams. De vrouwen lopen natuurlijk nog steeds met een hoofddoek maar wel met veel meer kleur en variatie. En ten slotte, wat hier opvalt: overal staan een soort brievenbussen langs de kant van de weg. Het zijn echter grote spaarpotten. Men gooit er geld in voor de armen. Moet je je dit in Nederland voorstellen. Ik denk niet dat de spaarpotten lang heel zouden blijven.
We zitten op 2.571 km van ruim 15.000 km totaal.
Plaats een reactie