Inmiddels heb ik 5 van de 7 werelddelen bezocht, dus het werd tijd om er 1 aan toe te voegen: Afrika en het wordt een weekje naar de eilandengroep Kaap-Verdië (ofwel Cabo Verde). Na een vlucht van ca. 6 uur komen we aan op het vliegveld van São Vicente: Cesária Évoria, genoemd naar de zangeres (geboren in Mindelo op dit eiland) die met haar zang een Grammy Award won. Niet alleen is het vliegveld naar haar genoemd; als we het gebouw verlaten na de douane is het eerste dat opvalt een groot beeld van Cesária tegenover de uitgang. En gedurende onze week vakantie zullen we haar nog vaker afgebeeld zien.


Mindelo, de hoofdplaats op São Vicente en onze uitvalsbasis deze week, was in het verleden een belangrijke tussenstop voor de internationale zeevaart. Hier profiteerde ook de slavenhandel van. De slaven werden hier verhandeld en op schepen gezet om naar voornamelijk Zuid-Amerika te worden getransporteerd. Naast de onmiskenbare Portugese invloed hebben daarom ook andere nationaliteiten hun sporen achtergelaten. De Portugezen hebben de eilandengroep zo’n 500 jaar overheerst, pas in 1975 is Kaapverdië onafhankelijk geworden. Daarom is Portugees de voertaal, vind je er gebouwen in Portugese stijl en is de markt verfraaid met mooi tegelwerk. Dit tegelwerk, Azulejo genaamd, zie je overal in Spanje en Portugal, maar dus ook op de markt in Mindelo. Het pronkstuk is de Torre de Belém, een kopie van de toren die in een voorstad van Lissabon aan de oever van de Taag staat. Ten slotte is een wandeling naar het hooggelegen Fortim d’El Rei zeker de moeite waard. Je wordt beloond met een prachtig uitzicht over de stad en de Baia de Porto Grande. Daarmee zijn de mooiste plekken van de stad wel benoemd.

Er heerst best veel armoede en dat uit zich o.a. in armoedige hutjes waarin grote gezinnen wonen, veel bouwval, slecht onderhouden gebouwen etc. Het eiland moet het vooral hebben van de mooie kusten en de bergen, die hier vooral vulkanisch zijn.
Ten westen van São Vicente ligt Santo Antão een beduidend groter eiland en in tegenstelling tot São Vicente voor een groot deel bedekt met een weelderige begroeiing. De hoge bergkam zal hier debet aan zijn, want als we aankomen met de veerboot vanaf São Vicente is daar nog niet veel van te merken. Met onze huurauto moeten we eerst via een kale berghelling naar boven. De weg is schitterend met de vele haarspeldbochten en steeds weer mooie uitzichten. Zodra we het hoogste punt naderen, wordt de omgeving volledig anders. We zien dichte vegetatie en worden verrast door de vochtige lucht en lichte neerslag. En eenmaal de top gepasseerd opent zich een vallei bedekt met een deken van groen. We lunchen heerlijk aan de kust en aanvaarden langzaam de terugweg naar de boot. We denken een leuke weg terug te hebben gevonden, een andere vallei in. Maar al snel gaat de weg omhoog, steeds steiler, en als dan ook nog eens het asfalt verandert in een zandweg komt de teleurstellende conclusie: deze weg gaat ons niet naar de boot leiden. Gelukkig lukt de hellingproef tegenwoordig uitstekend en ik krijg het voor elkaar om de auto op een bijzonder steil stuk te draaien en terug het dal in te rijden. Een toch wel wat hachelijk avontuur komt daarmee gelukkig tot een goed einde.
De rest van onze vakantie gaat op aan lekker rondrijden op het eiland, een beetje kuieren op de (vis)markt en de locale horeca bezoeken. Natuurlijk eet ik een keer het nationale gerecht: cachupa. De basis voor dit gerecht zijn bonen, aangevuld met wat er voorhanden is en vaak geserveerd met een eitje als extraatje. De Kaapverdianen zijn zo gek op dit gerecht dat het zelfs op een postzegel voorkomt. Ik vind het wel lekker, maar ik denk niet dat ik de beste uitvoering heb gehad.
Al met al een leuke week en weer een heleboel ervaringen rijker!


Plaats een reactie