foto’s Oost-West Canning Stock
Wereldreis 2014, Oost-West – Canning Stock Route


De reis van oost naar west is voltooid en de laatste 600 kilometer van Kalgoorlie naar Perth waren zo voorbij. Wel een groot verschil met de Indian Pacific, de trein waarmee ik in Kalgoorlie was aangekomen. Deze trein was meer een boemeltje en i.p.v. 27 nu maar 2 wagons. Ik was echter al lang blij, dat ik er in zat, want heel even zag het er naar uit dat ik een paar dagen langer in Kalgoorlie zou moeten blijven. En dan was de rest van mijn reis in de knel gekomen. Wat was het geval? Ik had wel gecheckt of er nationale feestdagen waren op mijn reisdagen, maar ik had niet gezien dat er ook nog zoiets als Western Australia Day bestond. En dat was dus wel het geval. Een extra lang weekend en de trein was volgeboekt op de dag dat ik verder wilde reizen. Gelukkig kreeg ik na een paar uur toch nog een kaartje vanwege een annulering, pfff!
In Perth had ik een dag tijd om naar Rottnest Island te gaan. Dit eiland, dat op ongeveer een uur voor de kust bij Perth ligt, heeft zijn naam te danken aan een Nederlandse ontdekkingsreiziger. Willem de Vlamingh kwam met zijn schip in de buurt van het eiland en zag daar beesten rondlopen die volgens hem op ratten leken. Hij noemde het eiland daarom Rattennest.

Maar het bleken geen ratten te zijn, maar een heel klein soort kangoeroe: quokka. De beestjes zijn niet groter dan een kat en komen voornamelijk alleen nog op dit eiland voor. Ik heb het hele eiland rondgefietst en ze niet gezien, totdat ik even zat bij te komen op een terras en er daar een gewoon rondliep, als een soort huisdier. Maar wel een schattig huisdier.

Alice Springs was voorlopig de laatste stad die ik zal zien. We zitten nu in Halls Creek, een kleine nederzetting waar we ons bevoorraden voor de tocht door de woestijn(en). We zijn inmiddels nl. onze tour over de Canning Stock Route gestart. Deze route is een zandweg (dirttrack) van ongeveer 2.000 kilometer door diverse woestijnen. De route is in opdracht van de overheid uitgezet om vee van het noorden naar de mijnwerkers in het zuiden te brengen (vooral naar de goudmijnen van Kalgoorlie). Alfred Canning kreeg de opdracht om dit uit te voeren en startte ermee midden 1800. Er moest een weg worden gebaand door alle struiken en spinifex (dat groeit hier overal en is een soort gras, maar hoog en met hele scherpe randen).


Het meeste werk zat echter in het slaan van meer dan 50 waterputten, zodat de runderen (en mensen natuurlijk) onderweg voldoende water hadden. De route is pas ergens midden 1900 helemaal afgemaakt, maar heeft lange tijd goed gefunctioneerd. Nu wordt er alleen nog maar gebruik van gemaakt door toeristen zoals ik. We rijden in een konvooi van 6 4×4 trucks en hebben dus alles bij ons. Na Halls Creek is er geen gelegenheid meer om voedsel, drinken etc. in te slaan. Of te douchen om maar eens iets te noemen. Pas na 10 dagen komen we weer in bewoond gebied. Heel misschien is er ergens telefoonbereik, maar dat is onzeker. Dus er is een satelliettelefoon voor noodgevallen. Om de bagage zo licht mogelijk te houden, slapen we in een swag. Voor wie niet weet wat het is hierbij een foto.
Gisteravond lagen we in de route van een grote groep koeien die ergens voor de nacht naar toe wilden klaarblijkelijk. Landelijker kunnen we het niet krijgen denk ik.
Onze eerste pech hebben we ook al gehad. Van een van de auto’s ging de achterband lek en een andere auto lekte water uit de watervoorraadtank. Gelukkig zijn de waterputten onderweg voor een groot deel nog te gebruiken, dus we hoeven ons niet echt zorgen om drinkwater te maken.

Eten en drinken is goed verzorgd, we hebben een kok aan boord en het blijft me elke keer weer verbazen hoe handig de mensen hier zijn met koken op een kampvuur. Het eten smaakt heerlijk.

Plaats een reactie