foto’s Tasmanië
Wereldreis 2014, Tasmanië
Tasmanië is ongeveer 1,5 keer Nederland qua oppervlakte en er wonen ca. 550.000 mensen. De helft hiervan woont in en bij Hobart. De rest van de bevolking leeft verspreid over het eiland (en de vele kleine eilandjes die erbij horen). Hobart is de hoofdstad en de eerste twee dagen heb ik de tijd genomen om de stad te verkennen en weer te wennen. Dat de auto’s links rijden, oké, maar je moet ook links lopen, links staan op de roltrap, links lopen op de stoep en, heel belangrijk: eerst rechts kijken als je oversteekt! Maar het grappige is dat je na een paar dagen eigenlijk al niet meer beter weet. Hobart is eigenlijk niet meer dan een provinciestadje met een klein centrum. Het heeft nog wel een paar leuke oude gebouwen, maar dan heb je het ook wel gehad.

Het leven draait vooral om de haven, die van belang is voor de aan- en afvoer van goederen en visserij. Hobart is ook hét vertrekpunt voor expedities naar de zuidpool. En natuurlijk vind je in de haven ook een beeld van Abel Tasman, de Nederlander waaraan het eiland zijn naam dankt (al noemde hij het zelf Van Diemens Land nadat hij het had ontdekt).
Om wat meer van het eiland te zien, heb ik een rondje Tasmanië gedaan. Het is een mooi eiland met een steeds wisselend landschap. Je ziet gebieden met alleen maar schapen of koeien, afgewisseld door bergen met naaldbomen, regenwouden en hoge bergen met kale hellingen.

De westkust is ruig met grote zandduinen en hoge golven, de oostkust is veel lieflijker met mooie baaien en witte zandstranden. De hoogtepunten uit deze korte rondreis waren de Montezuma-waterval en
Cradle Mountain National Park.


Dit laatste park is een van de twee meest bezochte plekken in Tasmanië. En we hadden geluk, want de berg waar het park naar genoemd is, is meestal gehuld in de wolken. Wij konden hem echter in volle glorie bewonderen.
En op de hellingen van de berg liepen de wombats heerlijk te scharrelen, op zoek naar voedsel. Ik had niet verwacht dat ik deze dieren zomaar zou zien.
Onze overnachtingen waren in hostels (hier ‘backpackers’ genoemd) in kleine dorpjes dus dat betekende dat we ’s avonds gezellig met een biertje zaten te kletsen in het hostel. En aangezien we een internationaal gezelschap hadden, was de voertaal Engels. Maar hoewel mijn Engels redelijk goed is, viel het toch niet altijd mee. Want je hebt verschillende soorten Engels hebben we met zijn allen geconstateerd: Engels uit Engeland, Schotland, HongKong, Australië, Verenigde Staten. Maar ook Engels dat wordt gesproken door Fransen, Italianen, Taiwanezen en Nederlanders. We hadden al deze nationaliteiten bij elkaar en soms begrepen
we niets van elkaar, maar het was wel heel gezellig.
Dat we overal ver van af zaten, werd me duidelijk toen ik in een dorpje vroeg of er een pinautomaat in de buurt was. Het vriendelijke antwoord was: “the nearest machine is a 3,5 hour drive from here to the next town love”.
De hoofdreden voor mijn bezoek aan Tasmanië was Port Arthur. Dat is de andere plek die bij de twee meest bezochte plekken op Tasmanië hoort. De Greyhound van Tasmanië heet Tassielink en daarmee ben ik naar Port Arthur toe gegaan. De bushalte was bij een winkel en toen ik uitstapte zei de chauffeur nog, dat mijn geboekte accommodatie om de hoek was. En daar stond ik dan: het was pikdonker, de winkel was gesloten, de bus was weg en er was verder niets te zien behalve een bord met de naam van mijn accommodatie. Er was wel een weg, maar ook daar was het helemaal donker. Gelukkig had ik deze keer wél een telefoon bij me op mijn reis en kon ik de receptie bellen. Ik moest dus die donkere weg in, want na een bocht zou ik de lichten kunnen zien. Ik heb de receptioniste aan de telefoon gehouden, totdat ik er was want het was toch wel erg donker!
Port Arthur is vooral bekend door de 40 jaar in de 19e eeuw, waarin gevangenen door Engeland werden verbannen naar dit gedeelte van Tasmanië. Het is echter ook bekend geworden door de massamoord door een gek in 1996 waarbij 35 mensen werden gedood en 28 gewond. Ter ere van deze mensen is een monument op het terrein aanwezig maar verder wordt er liever niet over gepraat. Het ligt allemaal erg gevoelig voor de mensen die er nu nog werken.

Maar de historie van de jaren 1840-1877 is uitvoerig terug te vinden in dit museum en wordt uitstekend verteld door de vele gidsen die er rondlopen. Het was niet alleen een gevangenis maar een compleet dorp en ik heb er dan ook twee dagen rondgelopen. Want de gevangenen moesten werken, dus waren er naast de gevangenissen ook allerlei werkplaatsen. En natuurlijk moesten de officieren, bewakers, dienstpersoneel en gezinnen ondergebracht worden. Er woonden zo’n 3.000 mensen waarvan er 1.600 gevangenen waren. Port Arthur was vooral bedoeld voor veelplegers, een eerste veroordeling leidde meestal niet tot verbanning naar hier. De gevangenen werden streng behandeld en vooral in de separatiecellen kon je je goed voorstellen hoe het geweest moest zijn. Heel indrukwekkend allemaal.

Plaats een reactie