Wereldreis 2014, Mexico – Guatemala – Honduras
Na de boeiende hedendaagse indianenculturen in het zuiden van Mexico en Guatemala kwamen we terecht in het rijk van de ‘oude’ Maya-cultuur. Wij zijn nu in het gebied waar de Maya’s tot zo’n 1.000 jaar geleden heersten en het wemelt hier van de plekken waar oude steden zijn of worden opgegraven.
Ook het huidige Honduras behoorde tot het Maya-rijk en dat was de reden dat we ook dit land hebben bezocht. Eigenlijk is het Maya-rijk geen goede benaming want het ging meer om verschillende stammen, die tot de Maya’s behoorden. Maar ze hadden allemaal hun eigen gebieden en bevochten elkaar soms vanwege land e.d. In de afgelopen week heb ik diverse opgravingen bezocht en eerlijk gezegd vond ik ze niet allemaal even interessant.
De wettelijke arm bereikt ook dit deel van Mexico en Guatemala bijna niet. Er zijn veel onderlinge conflicten tussen boeren. Vaak gaat het over grondgebied en de ruzies worden meestal gewelddadig opgelost. Het gebied is een belangrijke schakel in de drugssmokkel, die vanuit Colombia door heel Midden-Amerika richting de VS plaatsvindt. En wat we ook zagen waren groepjes mensen die langs de wegen lopen, vaak met kleine kinderen en zonder bagage. Deze mensen zijn vanuit Nicaragua op weg naar de VS en proberen dat op allerlei mogelijke manieren te bereiken.
Toch waren er wel een paar bijzondere bij. Zo vond ik Yaxchilán heel bijzonder om meerdere redenen: we gingen er met een boot over een mooie rivier naar toe, we waren er als enigen, de toegang was een soort doolhof door een tempel heen en tijdens de wandeling naar de tempels op het hoogste punt werden we begeleid door de brulapen. Horen en zien verging je bijna door het lawaai dat die dieren maken. En het leverde weer een paar mooie plaatjes op.

Het mooiste complex tot nu toe vond ik Palenque. Daar kon ik mij, mede dankzij een uitstekende gids, goed voorstellen hoe men er geleefd had. Hier waren niet alleen tempels maar ook paleisachtige huizen, graftombes en pleinen. Ook zag je er nog duidelijk de resten van de oorspronkelijke kleuren van de gebouwen. Nu zie je vooral de blokken steen die gebruikt zijn voor de bouw, maar vroeger waren alle gebouwen bepleisterd met een soort stucwerk en meestal rood geschilderd. De rode kleur kregen ze door luizen die op de cactussen leefden te pletten. Dat leverde een rode stof op, die ze dan weer als grondstof gebruikten voor hun verf.
De voornaamste grondstof voor het stucwerk was hout, dat ze verbrandden en mengden met andere grondstoffen. Daarvoor moesten ze hout kappen. Zoveel hout, dat de historici denken dat de Maya’s (en ook de Azteken) eigenlijk zelf hun ondergang hebben veroorzaakt. De houtkap zorgde ervoor dat het land zó droog werd, dat er een voedseltekort kwam. Men ging dus dood van de honger, óf werd vermoord in oorlogen om gebieden waar nog wel wat groeide. Wat er over bleef trok weg naar andere gebieden.
Naast de Maya-cultuur biedt het gebied (en dan heb ik het over het noordelijke gedeelte van Guatemala en het oostelijke deel van Mexico) ook mooie natuur. We hebben bijvoorbeeld geslapen op een piepklein eilandje aan de Rio Dulce, een grote rivier die eindigt in de Caribische Zee. Vanaf dat eilandje hebben we een mooie tocht gemaakt langs mangroven, vogeleilanden en vissersdorpjes. We kwamen uit bij de monding aan zee in het dorpje Livingston.
En dit dorpje was dan weer bijzonder omdat hier afstammelingen van Afrikaanse slaven wonen, de Garifuna. Deze mensen zijn hier per ongeluk terechtgekomen nadat het schip, waarop ze vanuit Afrika vervoerd werden, schipbreuk leed. Na alle kleine latino’s en indianen met een lichtbruine huidskleur en sluik haar, zagen we ineens lange, donkere mensen met kroeshaar. Heel apart. Ze hebben ook hun eigen cultuur nog zoveel mogelijk behouden en we werden tijdens onze lunch dan ook verrast door een kwartet musici die Garifuna-muziek speelden op hun drums.
De reis is, zeker deze week, best vermoeiend. Niet alleen moeten we vaak vroeg op, we maken ook lange reisdagen en het weer is meer dan tropisch warm. Op het moment dat ik dit zit te schrijven is het 40° en de luchtvochtigheid is behoorlijk hoog. Alles wat je onderneemt resulteert in het gevoel alsof je net onder de douche vandaan komt of door een regenbui bent overvallen. Na een lange dag denk je: “ha, lekker douchen!”, maar na vijf minuten is het frisse gevoel alweer voorbij. Tijdens de busritten is het dan ook opvallend stil in de bus, de meesten liggen voortdurend te slapen 🙂
De grensovergangen tussen Nicaragua, Guatemala en Mexico zijn nl. verre van waterdicht. Iets wat we zelf ook hebben ervaren, want we zijn de grens tussen Guatemala en Mexico overgestoken via een rivier. Eerst afstempelen in Guatemala, toen in een klein bootje een heel eind de rivier over. Aan de andere kant hebben we overnacht in een hotel aan de rivier. De volgende dag moesten we met de bus een stukje rijden en toen pas hebben we onze paspoorten door de Mexicaanse douane laten afstempelen en waren we officieel in Mexico. We hadden dus heel wat tijd en mogelijkheden om Mexico in te duiken zonder de douane te passeren.
En dan toch maar weer eten, want als Nederlandse en kaasliefhebber valt het op: ik ben nu op het schiereiland Yucatán en wat is hier een locale specialiteit: een bol Edammer kaas, gevuld met gehakt, tomaten en saus. Lekker!






Plaats een reactie