Cape Breton Island is een eiland maar is met het vasteland verbonden via een dam. Aan de westkust ligt een dorpje aan de rand van het Cape Breton National Park. Vanuit dit dorpje, Chéticamp, maken we een aantal prachtige wandelingen in het park met flinke klauterpartijen. Die weer worden beloond met prachtige vergezichten vanaf de top.
De mooiste wandeling gaat door een gebied waar we gewaarschuwd worden voor beren, coyotes (er is nog niet zo lang geleden een vrouw doodgebeten) en mooses. We nemen dan ook iedereen stok mee, ik hang een “berenbel” aan mijn broek we zien gelukkig weinig gevaarlijke dieren, één eland die een beetje ligt te dutten in de bosjes. Het hardst schrikken we van een heel klein maar heel snel slangetje dat ons pad kruist. Zagen we eerder al veel afstammelingen van de Fransen, hier is het voornamelijk Schots. We gaan dan ook naar een restaurant waar we tijdens het eten genieten van een ceilidh. Een aantal muzikanten speelt Schotse folkloristische muziek. We zien het Schots ook terug in de plaatsnaamborden, die zijn nl. in het Engels en het Gaelic. Na een paar dagen in Chéticamp rijden we van de westkant van het eiland via de Cabot Trail naar het oosten van het eiland.
Een mooie, slingerende weg langs de kust door het bergachtige binnenland en weer langs de kust totdat we in Ingonish aankomen. Ook hier blijven we weer een paar dagen en maken mooie wandelingen. Ingonish is heel klein, we zitten laat in het seizoen en er is weinig vertier. We eten een paar avonden in hetzelfde restaurant en als we de laatste avond afscheid nemen krijgen we een big hug. Louisburg, na al het wandelen besluiten we weer eens iets cultureels te doen, is een museum.
Het was ooit een Franse vestingstad en nu te bezoeken als museum. Heel leuk en zeker de moeite van een bezoek waard. Bij Port Hawkesbury verlaten we Cape Breton weer en komen terug op het vasteland. Ook hier kunnen we weer mooie routes langs de kust rijden en we genieten volop. Sherbrooke is opnieuw een openluchtmuseum. Deze keer is het een dorpje met alles erop en eraan, waar ook nog mensen echt wonen. Zij figureren in hun eigen huizen en ze kunnen ons van alles over het vroegere leven van zo’n 200 jaar geleden vertellen. Het laatste gedeelte lot Halifax hebben we nog benut om te zoeken naar de oude graven van een aantal Mikmak -indianen (alleen al vanwege de naam). Helaas kunnen we ze niet vinden. We sluiten onze rondreis af in Halifax en hebben daar nog een paar dagen. Daarom kunnen we nog een dagje wandelen op het McNab-eiland dat voor de kust ligt. Het is erg rustig op dit eiland en het is ook hier weer heerlijk wandelen. Halifax is ook de stad waar in 1912 de doden van de ramp met de Titanic zijn begraven. Met een radarboot varen we door de haven en zien vanaf de boot het herdenkingsmoment voor de slachtoffers van deze ramp. En dan is ook deze reis weer voorbij en vliegen we weer terug naar huis. Een mooie reis met vooral heel veel mooie natuur en wat me altijd bij zal blijven zijn de vriendelijke Canadezen.




Plaats een reactie