Halifax is een stad op Nova Scotia, een schiereiland in het oosten van het land. In tegenstelling tot het merendeel van de toeristen hebben we dus niet gekozen voor het westen met de highlights Vancouver Island en de Rocky Mountains. We komen eerst even bij van de vlucht -via IJsland- en genieten van het onverwacht mooie weer. Het havengebied, de Mr. Alexander Keith Brewery (met gidsen die onderweg entertainen met zang en dans) en vooral Pier 21.
Hier is een museum te bezoeken waar je de historie vindt over de immigranten, die met honderdduizenden hier aan land kwamen in het verleden. De provincie Nova Scotia bestaat eigenlijk uit 3 gedeelten: het schiereiland zelf, Cape Breton Island en Sable Island. Halifax ligt op het schiereiland en daar zullen we het eerste gedeelte van de reis rondtoeren. Er is een mooie kustweg die we volgen nadat we Halifax verlaten.
Ons eerste reisdoel is Peggy’s Cove, een klein vissersdorpje met als attractie de vuurtoren, die heel idyllisch op de rotsen staat. Lunenburg, waar we overnachten, is een wat groter stadje met mooie oude, gekleurde huizen, een haven maar, helaas, slecht weer. De kustweg vervolgend zien we plaatsnamen als: Le Havre, East/ West Berlin en Dublin. Daaraan zie je dat zich hier veel Europeanen gevestigd hebben. En als we dan ook nog eens in Liverpool aankomen dat aan de rivier de Mersey ligt, dan moeten we hier wel overnachten. Dat krijg je als je op reis bent met een Beatlesfan… De reclame van Mc Donalds is hier wel heel streekgebonden: Mc Lobster is back! Kreeft lijkt hier wel het voornaamste voedsel want je ziet het echt overal.
Na een mooie wandeling langs het strand in het nationale park Kejimkujik bezoeken we een openluchtmuseum: Le village historique acadien de la Nouvelle-Ecosse. De Acadiërs zijn afstammelingen van de Fransen die ooit vanuit Frankrijk naar Nova Scotia zijn gereisd. Een klein, maar wel leuk museum. Na een lange tocht over de bochtige wegen strijken we neer in Digby (Bay of Fundy), waar walvissen naar toe komen vanwege het voedselrijke water.
En natuurlijk boeken we een boottocht om deze dieren te kunnen bewonderen. Nadat we eerst een hele school bruinvissen spotten zien we ook de gigantische bultrugwalvissen. Ik heb weleens eerder walvissen gespot maar deze keer is wel het mooist. We zien de dieren heel dichtbij, prachtige staartvinnen als ze duiken en mooie grote “footprints” die ze na het duiken achterlaten.
Op de terugweg nog een bonus: zeehonden en puffins, de schattige papegaaiduikers. Deze streek is ook het gebied waar we de tidal bore kunnen bewonderen. Een lokale bewoner noemt het de “total bore”. Voor ons toeristen is het echter een bijzonder gebeuren (eb en vloed kennen hier nl. een hoogteverschil van 12-16 meter en dit kun je ver landinwaarts zien in de rivieren. Bij vloed zie je al van verre een grote golf aankomen waarna het waterniveau in de rivier zichtbaar stijgt, bij eb daalt het dan weer. In Truro kunnen we eindelijk, eindelijk een keer een goed kopje koffiedrinken want net als in de VS houden ze in canada ook van een lekker slap bakkie. We zoeken al snel onze hotelkamer op want er wordt een hurricane verwacht. Er wordt al dagenlang voor gewaarschuwd en nu lijkt het zover el zijn. Als ik na een onrustige nacht uit het raam kijk, lijkt de schade mee te vallen, maar later hoor ik dat niet ver van ons vandaan behoorlijk wat kapot is. We hebben geluk gehad. Het laatste gedeelte over het schiereiland is wat minder spectaculair en na een overnachting in Antigonish verlaten we dit stukje Nova Scotia en gaan richting Cape Breton.




Plaats een reactie