Wereldreis 2010, China
Was het eten in de voorgaande landen zozo, in China bevalt het tot nu toe goed. Het eten met stokjes is ook geen halstoer meer, dat leer je hier vanzelf want je krijgt nergens mes en vork. Elke regio in China heeft zo zijn eigen specialiteit. In Beijing aten we Peking Duck (erg lekker), in Xian dumplings (nog lekkerder!) en in Chengdu hot pot (nee, niet het lekkerst maar toch wel lekker).

De dumplings in Xian waren ook nog eens heel bijzonder, de vorm van de dumpling (een gestoomd deegpakketje met inhoud) verraadde wat er in zat. Zo kregen we dumplings in de vorm van een kip (dus gevuld met kip), een walnoot, een wortel, een garnaal etc. 18 verschillende soorten en allemaal even lekker.

Hot pot is fondue in bouillon, maar Chengdu is de hoofdstad van de provincie Sechzuan en daar hebben ze de pittigste gerechten en dus ook hot pot van China. En pittig was het.
Dan het beroemde terracotta leger van Xian, inmiddels zijn een paar soldaten van dit leger ook al in Nederland tentoongesteld. Het leger is zo’n 35 jaar geleden ontdekt door een boer, die een waterput wilde aanleggen. In deze 35 jaar is het gebied uitgegroeid tot een toeristische attractie van jewelste en is het voormalige landbouwgebied volledig op zijn kop gezet. Het dorpje Xian groeide uit tot een miljoenenstad. En het leger zelf? Het viel ons enigszins tegen.

Er zijn drie grote hallen om de vindplaatsen heen gebouwd en van de ruim 8.000 figuren die gevonden zijn, zie je maar een fractie. Wel begrijpelijk, want de overige figuren worden beschermd tegen te veel licht. Het schijnt dat de oorspronkelijke kleuren binnen drie dagen verdwijnen als de beelden worden blootgesteld aan daglicht. Gelukkig was Xian zelf de moeite waard. Vooral omdat ik hier voor het eerst het Chinese fenomeen van gezamenlijk bewegen in het park zag. Alle mogelijk vormen kwam ik tegen, van tai chi tot dansen, maar ook werd er gezongen, gekaart en mahjong gespeeld.
De treinreis naar Xian (vanuit Beijing) was een belevenis op zich. Doe zoals de Chinezen doen, kregen we als advies. Dus ook wij kochten instant noodles en hadden een beker bij ons voor de thee. Heet water was voldoende aanwezig, dus daar zaten we met zijn allen aan de maaltijd. Gelukkig lijkt het boeren en smakken waar de Chinezen zo bekend om staan, een beetje tot de verleden tijd te horen. Wij hebben er tot nu toe weinig last van, en het spugen op straat is zelfs verboden, dus ook dat zien we maar sporadisch.

Dan de panda’s. Een tussenstop op weg naar de provincie Yunnan, was de plaats Chengdu. Daar is een centrum voor het behoud van de reuzenpanda’s. Er wordt onderzoek gedaan en er is vooral aandacht voor de voortplanting van de panda’s, aangezien deze dieren dreigen te verdwijnen. Natuurlijk konden we er de panda’s bewonderen, van klein tot groot.
Nu zit ik in Emeishan, een dorp zoals de Chinezen zeggen, want er wonen nog geen 100.000 inwoners. China ontwikkelt zich razendsnel en de steden hebben allemaal miljoenen inwoners. Emeishan is dus een dorp, dit merk je o.a. doordat ik hier weer echt een westerse toerist ben. Iedereen kijkt naar me en ze spreken geen woord Engels. Ook zie je dit terug in het eten. Hier heb ik voor het eerst de ‘aparte’ dingen gezien die men eet: je kunt b.v. zelf je levende

kikker uitzoeken voordat je hem opeet, of je eend, of je vis. Alles leeft dus nog voordat je aan tafel gaat. Ook eten ze kippentenen, marmotten, slangen etc. Ik eet veel vegetarisch…
Plaats een reactie