Visum, riksja’s en plein

Wereldreis 2010, China

Ik moest in Nepal nog een visum voor China regelen. Dat kon ik niet vooraf doen, want de Chinezen doen moeilijk over een bezoek aan Tibet. Zodra je dat ‘land’ (=China) verlaat, wordt je visum ongeldig en moet je dus weer een nieuw visum aanvragen. In Kathmandu zit een Chinese ambassade (volledig verscholen achter een hoge muur en beveiligd door het leger) en dus moest ik daar in 1 dag mijn visum zien te regelen. Gelukkig is dat gelukt, zij het met veel poespas en bureaucratie. ’s Morgens een formulier en paspoort inleveren (security checks en 26 wachtenden voor u!), ’s middags in drie verschillende rijen om het paspoort met visum weer af te halen. Een dagje administratie zullen we maar zeggen.

Vanuit Nepal dus naar China gevlogen. Daar aangekomen moest ik naar het hotel zien te komen. Aangezien ik graag met het openbaar vervoer reis, heb ik een bus genomen van het vliegveld naar het treinstation midden in de stad. Dat ging uitstekend. Vandaar zou het nog een klein stukje zijn naar het hotel, dus ik heb een riksja genomen. Vooraf duidelijk een prijs afgesproken (50 Yuan). Plotseling stopte de riksja en ik voelde al nattigheid. Geen hotel te bekennen. Dat zou zijn omdat hij om de hoek niet mocht stoppen en of ik maar even 500 Yuan wilde betalen (ofwel zo’n 60 euro!).

Daar trapte ik natuurlijk niet in en de fooi die ik hem eventueel wilde geven, kon hij al meteen vergeten. De discussie duurde en uiteindelijk is hij er vandoor gegaan; ik heb hem helemaal niets betaald! Gelukkig zijn er dan altijd weer aardige mensen die je willen helpen. Mij werd uitvoerig de weg gewezen naar de juiste straat en ik kon het zelfs lopen (al was het een stevige wandeling). Onderweg kon ik al volop genieten van de Verboden Stad (alleen de buitenkant natuurlijk) en het Plein van de Hemelse Vrede (Tiananmen Square). Dat is inderdaad een gigantisch plein, zeer indrukwekkend. Er staat volop politie en leger, als je het plein op wilt, moet je door veiligheidscontroles, maar als je er eenmaal staat, dan voel je wel de geschiedenis.

Het hotel ligt vlakbij dit alles, midden in een oude Chinese volkswijk met oude huisjes, smalle straatjes en heel veel kleine winkeltjes en restaurants. Het is er heel gezellig en ’s avonds kun je makkelijk alleen over straat. Het is er nl. gezellig druk. De eerste dag heb ik vooral gelopen, twee parken bezocht waarbij ik in een van de parken vanaf een heuvel een prachtig overzicht over de Verboden Stad kreeg. Ik kon in ieder geval al vast zien hoe groot deze ‘stad’ eigenlijk is.
Een dag later arriveerde de groep, waarmee ik de komende drie weken op stap ga. Meteen een vol programma, waarbij we o.a. de Verboden Stad hebben bezocht, een hutong hebben doorkruist in een riksja (een hutong is een oude Chinese volkswijk, waarvan er gelukkig een aantal zijn ontsnapt aan de Chinese slopershamer) en het Zomerpaleis van de keizers hebben gezien.

Ook de culturele kant van China heb ik volop kunnen bewonderen: een avond naar de Peking Opera (bijzonder om een keer te hebben gezien, maar vooral leuk door de hilarische Engelse vertaling die erbij werd gegeven) en de Kung Fu show. Deze laatste is een aanrader mocht hij ooit naar Nederland komen, een geweldige show met vooral veel dans en acrobatiek. En ter afsluiting: naar een restaurant om de echte Pekingeend te eten (en dan ook nog op de Chinese manier: in een pannenkoekje met sojasaus en rauwkost: erg lekker).

Nu zit Beijing er al weer op, morgen vertrekken we naar Xian om het beroemde terracottaleger te bewonderen. Dat wordt een vrij lange reis in de trein, dus weer een nieuwe ervaring. Ik ben benieuwd.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑