Net buiten Broken Hill ligt the Big Red: een enorme, vuurrode zandduin, die het begin van de tocht door de Simpson Desert kenmerkt. De chauffeurs van onze “karavaan” raken opgewonden, want ze moeten nu laten zien dat ze wat kunnen.

Er wordt lucht uit de banden gelaten, stokken met vlaggen worden aan de auto’s vastgemaakt en er wordt aandachtig geluisterd naar de instructies van onze gids Mike. De komende dagen zullen we over in totaal zo’n 1.200 van deze duinen heen rijden. Ik vind het prachtig, de spanning van het aan de ene kant tegen de duin oprijden, de verwachting van wat je ziet als je er bovenop bent en dan de manoeuvres die uitgevoerd worden om heelhuids weer beneden te komen. Een van mijn medereizigers laat mij in zijn auto rijden. Dus ik mag ook een paar duinen “nemen”. Het gaat gelukkig goed, als is het wel even wennen. En opnieuw passeren we een “drielandenpunt”:

Poeppel Corner. Deze keer zijn het de staten Northern Territory, Queensland en South Australia. In de buurt daarvan slaan we ons kamp op en deze keer slaap ik in een swag. Deze slaapzak met matras en canvas omhulsel vervangt de tent. Je slaapt heerlijk in de buitenlucht en kunt genieten van de prachtige sterrenhemel en de zonsopgang. Na een paar dagen slapen we deze keer eindelijk weer eens bij een douche in de buurt. Er is een natuurlijke bron aanwezig en dus ook voldoende water.

Ook zijn hier veel vogels; als ik ’s ochtends wakker word vliegen er wel vijftig galah’s (een kleine kaketoesoort) boven mijn hoofd. Maar het mooist is toch de wilde dingo die ik spot als ik mijn ochtendwandelingetje maak. Het laatste gedeelte van de desert zie je langzaam de omgeving veranderen. Er komt wat meer begroeiing, de duinen worden lager totdat ze helemaal verdwenen zijn en er verschijnen zogenaamde mesa’s: tafelbergen.

Opnieuw komen we bij een natuurlijke bron, maar deze keer een heetwaterbron. Het water komt met zo’n 42ºC uit de grond en koelt daarna af naar 34-38ºC. Heerlijk om hierin te zwemmen en het stof van de woestijn van je af te spoelen. Het gedeelte na de Simpson Desert brengt mij op een aantal plekken waar ik al eerder eens ben geweest. Op weg naar Coober Pedy weer een bekende track gereden: de Oodnadatta Track inclusief het Oodnadatta Pink Roadhouse (inderdaad: roze gekleurd).

Net voor Coober Pedy passeren we de dog fence. Dit is een hekwerk, dat dwars door Australië loopt met als doel de dingo’s aan de noordzijde te houden om de schapen aan de zuidzijde te beschermen. Het hekwerk is gebouwd in de jaren 1880-1885, is ca. 5.600 kilometer lang en wordt nog steeds onderhouden. We komen aan in Coober Pedy, waar ik in 2001 tijdens mijn eerste Australiëreis ook al eens mocht overnachten. Toen sliep ik in een ondergronds hostel, nu slaap ik op een camping. Coober Pedy is een opaalmijnstad. Omdat het er gemiddeld boven de 40ºC is, is een groot gedeelte onder de grond gebouwd.

De mijnwerkers hebben hun woningen ook onder de grond en als ze een kamer extra nodig hebben, hakken ze gewoon een extra stuk uit, waarbij ze soms ook opaal vinden. De boekenwinkel waar ik even wil rondneuzen is helaas gesloten omdat de eigenaar zijn vliegtuig moet bijtanken volgens het briefje! William Creek is een andere plaats waar ik al eens eerder was. Dit dorpje bestaat eigenlijk alleen uit een pub, een camping en een airstrip voor de vliegtuigen. De eerste keer heb ik er overnacht in een tentje en het is leuk om alles weer terug te zien. Lake Cadibarrawirracanna is vooral leuk vanwege de naam (de langste plaatsaanduiding in Australië). Op weg naar de Flinders Ranges overnachten we nog in Marree, vroeger een belangrijke plaats voor het veetransport, want hier stopte de Ghan, de trein die het vee verder kon transporteren. Nu is het een slaperig stadje geworden.


In de Flinders Ranges maken we een rondvlucht boven de ranges en zie ik Wilpena Pound vanuit de hoogte. Ook dit is weer een herinneringsmoment want in 2001 heb ik hier overnacht en ben ik een van de pieken van Wilpena Pound opgelopen. En bij Leigh Creek gaan we nog even op bezoek bij Talc Alf, de Leidenaar die hier zijn leven leidt in de Outback en in zijn levensonderhoud voorziet door kunstwerken te maken in kalksteen. Helaas is hij nu niet aanwezig. De vorige keer heeft hij ons rondgeleid en vermaakt met zijn wijsheden. In Blinman kunnen we gourmet coffee drinken. Ik leer weer wat bij, want heb natuurlijk geen idee wat ze er mee bedoelen. Het houdt in dat je geen oploskoffie krijgt, maar vers gezette koffie… Na een oponthoud, omdat een van de auto’s niet meer verder kan rijden (5 van de 6 wielbouten afgebroken!), rijden we in sneltreinvaart terug richting Broken Hill. Een mooie tocht is ten einde en ik heb er van genoten.
Plaats een reactie