Geheel onverwacht zitten we in het vliegtuig richting Nieuw-Zeeland. Onverwacht omdat ik vorig jaar ook nog die kant op was en er niet op had gerekend dat het zo snel al weer zou gebeuren. We gaan op familiebezoek naar Nieuw-Zeeland. Dan scheiden onze wegen zich tijdelijk. Ik ga alvast naar Australië en later zullen we dan samen verder reizen door Australië. Een mooie reis voor de boeg en ik heb er zin in. Vliegen naar Down Under betekent een stopover en we hebben besloten wat tijd in Bangkok door te brengen. Natuurlijk kun je niet alles zien tijdens een kort verblijf, dus we kiezen voor de highlights. En dan kom je al snel in de tempels terecht.

Het mooist vinden we Wat Pho met de liggende boeddha. Naast tempels genieten we ook van de khlongs, de vaarwateren in en om Bangkok. We maken een tocht met een ruea hang yao (langstaartboot) en vinden dit mooier nog dan de tempels. En Thais eten is lekker. Het familiebezoek is voor mij kort maar krachtig.

In Auckland bezoeken we o.a. Mount Victoria van waar je een mooi uitzicht hebt over de stad, een paar mooie stranden aan de North Coast en de voor de (schoon) familie belangrijke plekken. Na een paar dagen ga ik –tijdelijk- alleen verder. Ik bezoek een vakantievriendin in Brisbane en zij neemt me mee naar o.a. Noosa Heads, de Glasshouse Mountains, Toowoomba en we drinken wat in de Ettamogah pub. Een prachtig gebouw, waar iemand zijn fantasie behoorlijk heeft kunnen uitleven.

Als ik in Broken Hill aankom, ben ik vanaf het eerste moment verkocht. Broken Hill ademt de sfeer van een outbackstad(je) en betekent voor mij het ultieme “no worries”-gevoel.
Het bezoek aan de RFDS (Royal Flying Doctors Service) doet me terugdenken aan de serie die jaren geleden in Nederland op de TV was. De RFDS is heel belangrijk voor de Outback want de bewoners van de zeer verspreid liggende boerderijen zijn voor hun gezondheidszorg afhankelijk van deze dokters. Nog voordat ik vertrek voor mijn rondreis door o.a. de Simpson Desert hoor ik het nieuws dat Steve Irwin door een stingray is doodgestoken. Irwin was een icoon in Australië (en ook de VS) en vooral bekend door zijn capriolen met krokodillen en zijn uitspraak Crikey! Vanuit Broken Hill zitten we al snel op de Silver City Highway, ofwel een heuse dirtroad! We zien o.a. Milparinka, een verlaten mijnwerkstadje en nu voornamelijk museum. Slapen doen we de eerste nacht in Mt. Wood, een “station”. Stations zijn wat wij boerderijen noemen, maar dan in het groot. Australië staat bekend om de omvang van de boerderijen, die vaak zo groot zijn als half Nederland. Deze boerderij doet naast veeteelt ook nog aan kangoeroe-opvang.

Dus voordat ik kan gaan eten, kan ik eerst een half uurtje met de kangoeroes bezig zijn: knuffelen, stoeien en flesjes geven. De dagen vliegen voorbij ook al lijken we niet heel veel te doen. Je moet hier vele kilometers rijden om ergens te komen, dus we brengen veel tijd door in de auto. Gelukkig vind ik dat niet erg, want ik geniet van deze ritten. De Outback is prachtig en ook al is het kaal en leeg, het is toch heel afwisselend. We stoppen bij Cameron Corner, een soort drielandenpunt, want hier komen de staten New South Wales, South Australia en Queensland bij elkaar. Helaas krijgen we onderweg een lekke band, dus hebben we wat oponthoud, maar dat hoort er ook bij. Slapen doe we op verschillende plekken waarbij vooral Innamincka heel mooi is.

Misschien wel door de bijbehorende Trading Post en pub, die heel gezellig is met de bar buiten, met de toepasselijke naam Outaminka 🙂 . We rijden alleen over dirt roads en tracks met namen als Strzelecki Track en Birdsville Track. We maken een mooie boottocht over de Coopers Creek en stappen uit bij Kings Tree. Deze boom (nog maar een stomp na een blikseminslag) wordt als herinnering in stand gehouden doordat hier ooit King werd teruggevonden tussen de Aboriginals. Hij nam deel aan een in Australië beroemd geworden expeditie. Burke & Wills zochten een route naar het noorden, maar strandden hier. Alleen King heeft het overleefd. Na drie dagen reizen door volledige leegte komen we in een heuse “town”: Birdsville.

Hier wonen wel 100 mensen en het Birdsville hotel is the place to be. We gaan er dan ook met zijn allen naar toe, eten een hapje en nemen een drankje. Een bezoek aan het Working Museum is onvergetelijk. In een paar grote schuren, maar ook buiten staat een bonte verzameling van gebruiksvoorwerpen uit vroegere tijden. De eigenaar leidt ons rond en weet ons zeer te vermaken met al zijn verhalen en demonstraties.

Plaats een reactie